Marokko’s verdwijnende bioscopen
Cinéma Salam in de jaren '50 Foto: Geen credit
Tijdens het spitsuur heerst er een drukte van jewelste rondom Cinéma Salam. Het centrale taxistation van Agadir is vlakbij en witte en oranje taxi’s rijden zonder ophouden af en aan. Enkele mannen keuvelen op het terrasje voor de cinema. Niemand echter maakt aanstalten om naar de film te gaan. Een optie is het niet, want Cinéma Salam is al ruim tien jaar dicht.

Gesloten cinema’s zijn een vertrouwd beeld geworden in Marokkaanse steden. Terwijl het land in de jaren ’80 liefst 280 bioscopen telde en er jaarlijks 50 miljoen tickets over de toonbank gingen, blijven er tegenwoordig nog 36 filmzalen over, die nog 2 miljoen bezoekers per jaar lokken.

Verschillende middelgrote Marokkaanse steden hebben vandaag geen bioscoop meer. In Agadir, een stad met ruim een half miljoen inwoners, worden enkel nog in Cinéma Sahara sporadisch films geprojecteerd, al moeten die steeds vaker plaats ruimen voor de vertoning van voetbalmatchen. Een ober in het café naast de bioscoop is weinig hoopvol. Volgens hem hebben cinema’s in Marokko hun tijd gehad.

Piraterij en hoge kosten

Een veel genoemde oorzaak van de tanende populariteit van bioscopen is de concurrentie van de televisie, die zijn weg heeft gevonden naar de meeste huiskamers, en de explosie van het aantal satellietzenders. Sinds een aantal jaar wordt ook de welig tierende piraterij met de vinger gewezen. Op de markt zijn illegale kopijen van de allernieuwste films te koop voor minder dan een euro. Volgens Hamid Marrakchi, voormalig voorzitter van de Marokkaanse kamer van cinemazalen, ontbreekt het aan politieke wil om de piraterij aan te pakken omdat het een economische sector is die veel mensen tewerkstelt.

Naast dalende bezoekerstaantallen hebben Marokkaanse bioscopen te kampen met hoge kosten. De belastingen op een filmticket bedragen meer dan 40 procent en het moderniseren van een zaal kost handenvol geld.

De sluiting van filmzalen heeft gevolgen voor de distribiteurs, die massaal de boeken hebben neergelegd. Het diverse aanbod aan Amerikaanse, Franse en Arabische films dat in de jaren ’80 bestond is daardoor sterkt ingekrompen.

Vechten voor het voortbestaan

De vereniging Save Cinemas in Morocco vecht voor het voortbestaan van de overblijvende bioscopen. Voorzitter Tarik Mounim, een jonge acteur, maakt zich sterk dat er weldegelijk een grote interesse voor cinema bestaat in zijn land, en dat zowel bij jonge als oude generaties. Hij ziet dingen veranderen. “Cinema maakt deel uit van de Marokkaanse culturele identiteit. De media hebben sinds een tijd meer aandacht voor het belang van het behoud van dat erfgoed. Daarnaast is er ook groeiende steun van artiesten en van studenten.”

Mounims vereniging voert haar strijd op verschillende vlakken. Regelmatig worden conferenties en bezoeken georganiseerd om de bevolking te herinneren aan het patrimonium dat verweven is met hun wijk en stad. Daarnaast probeert Save Cinemas in Morocco politici te overtuigen om mee te werken aan de bescherming van bioscopen. Een maatregel die de vereniging vraagt is de afschaffing van BTW op filmtickets.

De toekomst van de Marokkaanse bioscopen ligt volgens Mounim in hun vernieuwing. “Er zijn de bestaande cinemazalen, en om ze te redden moet de stap worden gezet naar digitalisering, want steeds minder films zijn beschikbaar op filmrol.” De Marokkaanse overheid stelt een fonds ter beschikking van 10 miljoen dirham (een klein miljoen euro) voor de digitalisering van cinema’s, waarmee een tiental zalen uitgerust kunnen worden. Daarnaast kunnen zalen die kiezen voor een renovatie genieten van een belastingverlaging. Toch blijft het ondanks deze maatregelen moeilijk voor uitbaters om de eindjes aan elkaar te knopen.

Bedreigd door de sloop

De sluiting van bioscopen zorgt niet enkel voor een culturele verarming, er dreigt ook een architecturaal patrimonium verloren te gaan, zo verduidelijkt Mounim. Veel zalen werden tussen de jaren ’20 en ’50 van de vorige eeuw gebouwd en zijn historisch waardevol. Sommige van hen zijn opgetrokken in art-decostijl.

De architecturale waarde van oude cinemazalen wordt echter niet door iedereen erkend. Projectontwikkelaars azen op de vaak goed gelegen terreinen. Mounim haalt het voorbeeld aan van Cinéma Eden in Marrakech, een gebouw uit 1926, waarvan eerder dit jaar ’s nachts delen vernield werden, in de hoop dat het terrein vrijgegeven zou worden voor verkaveling.

Ook Cinéma Salam in Agadir is van historische waarde. De zaal uit de jaren ’40 overleefde dankzij haar massieve betonnen geraamte als een van de weinige gebouwen de verwoestende aardbeving die in 1960 zowat de rest van de stad met de grond gelijk maakte. Ook hier wil een projectontwikkelaar appartementen optrekken op het terrein, maar dat project werd door de stad bevroren na publiek protest.

Het tegenhouden van de sloop van oude zalen is een kleine overwinning voor de sympathisanten, maar er is nog veel werk om de bioscopen hun oude elan terug te geven, en de bevolking terug naar het witte doek te lokken. Mounim en zijn vereniging zijn strijdvaardig. “Er is een markt voor cinema in Marokko. Als cinema’s van goeie kwaliteit zijn, komen de mensen vanzelf terug.”