'Onze niche zal er altijd zijn'
Foto: © jo pauwels
'Designers zijn belangrijk geweest in de opmars van Obumex, maar we moeten nu ook niet overdrijven', zegt zaakvoerder Geert Ostyn aan het eind van het interview. Toch werkte Ostyn midden de jaren negentig al samen met de befaamde John Pawson voor het ontwerp van een minimalistische keuken en werden nadien architecten als Vincent Van Duysen, Carlo Colombo en Bart Lens ingeschakeld. Die Concepts by Obumex gingen niet onopgemerkt voorbij. De internationale pers wist plots waar Staden lag. En in België wilde elke manager wel een keuken van Obumex.

'Nog steeds spreekt iedereen ons aan over die keukens', zegt Ostyn, 'maar de voorbije jaren hebben we steeds meer totaalconcepten mogen realiseren, zowel in de privé als in een kantooromgeving. Dat is een boeiend gegeven voor een bedrijf dat ooit met buismeubilair voor scholen begon. (lacht)'

U kreeg het bedrijf van uw vader vrij vroeg in handen. Kunt u die beginjaren schetsen?

'Mijn vader Eli produceerde aanvankelijk enkel schoolmeubilair. Nadien begon hij keukens te bouwen in wit formica. Ik was nauwelijks 28jaar toen hij van de ene dag op de andere stierf. Ik moest hem wel opvolgen. Weet u, jongeren wikken en wegen tegenwoordig elke beslissing. Soms moet je ook eens durven springen. Ik had in elk geval geen andere keuze.'

'Voor ik hier werkte, moest alles gewoon degelijk zijn. Kwaliteit is voor Obumex al 25jaar een evidentie, maar ik heb er toch voor gezorgd dat we die maatstaf zeer goed onderbouwd hebben. Zo geloven we wel in trendstudies. Hoe zal onze maatschappij er over vijf à tien jaar uitzien?'

'Eén voorbeeld: we leven tien jaar langer dan vroeger. Onze klanten zijn babyboomers die steeds welgestelder worden. Maar we hebben ook klanten van boven de zeventig die hun interieur veranderd willen zien. We doen momenteel een volledige renovatie voor iemand van 62 jaar. Twintig jaar geleden was zoiets ondenkbaar. Je had je living en je keuken voor de eeuwigheid. En je veranderde op die leeftijd hooguit nog eens van behangselpapier of van gordijnen.'

U geloofde midden de jaren negentig wel in het belang van ontwerpers. Nu niet meer?

'We zijn niet van plan om onze concepts verder te ontwikkelen. We hebben het gevoel dat we wat betreft ontwerpers ongeveer rond zijn. Het moet op alle vlakken klikken.'

'Kijk, de conceptkeuken van Pawson (uit 1996, red.) was een statement. Minimalistischer kon echt niet. Maar het was echt geen breuklijn voor ons bedrijf. We spreken niet over “voor, en “na,. Al opende de Pawson-keuken deuren en heeft het ontwerp ons zeker internationaal op de kaart gezet.'

Hoe internationaal is Obumex vandaag?

'Beurzen kosten veel geld, en ook wij hebben limieten. Vroeger deden we mee aan Batibouw en Interieur (dat om de twee jaar georganiseerd wordt, red.). Op de korte termijn zijn die redelijk goed meetbaar, en bovendien leg je er heel directe contacten met mogelijke klanten. Maar het effect van beurzen is sterk verminderd tegenover vroeger. Dus focussen we vandaag op onze eigen showrooms. We hebben er drie -hier in Staden, in Brussel en in Antwerpen- en in Knokke hebben we een meeting point.'

'Door een grote naam als John Pawson zijn we vier à vijf jaar lang heel internationaal bezig geweest. We waren aanwezig in New York en Miami, in Marbella en Barcelona, in Athene en Moskou. Het neerhalen van de Twin Towers heeft aan dat avontuur een einde gemaakt. We werken internationaal nog met slechts drie dealers. En eigenlijk kun je stellen dat onze export gereduceerd is tot een absoluut minimum. Al zijn we momenteel wel internationaal aan het werk: we hebben werven lopen in Ierland en Nederland, Zwitserland, Duitsland en Frankrijk. Vooral ons maatwerk heeft een heel sterke reputatie in het buitenland.'

Wat is volgens u de sterkte van Obumex?

'Wij maken het verschil zowel in concept als in productie. We zijn hier in Staden supergeïnstalleerd en alles gebeurt computergestuurd, terwijl heel wat afwerkingen nog manueel gebeuren. Je vindt in ons bedrijf alles onder één noemer. Wij coördineren alle aannemers en doordat we werken met vaste mensen zijn die redelijk goed op elkaar afgestemd. Dus gaat het snel, het werk gebeurt goed en dat is voor een bouwheer mooi meegenomen.'

'Het spreekt vanzelf dat we correcte prijzen hanteren. Anders blijf je niet meespelen. In het buitenland staan we sterk doordat er praktisch geen bedrijven meer over zijn die doen wat wij doen. Bovendien is onze graad van afwerking en capaciteit op de werf absoluut de top.'

Dus is de toekomst aan het maatwerk. Toch een absolute luxe?

'We gaan het maatwerk zeker verder ontwikkelen. We werken momenteel aan een woning in Dublin die we volledig onder handen nemen. In Londen zijn we bezig aan een appartement. Vroeger deden we dat ook wel eens, maar niemand wist het. Het grote verschil is ook dat de pers er nu met haar neus op zit.'

Kan toch moeilijk anders. U bent de crème de la crème in uw segment. Veel klanten kloppen bij u aan als ze een prestigieuze inrichting willen. Het gros van de inrichtingen in het Finis Terrae-complex in het Zoute is van Obumex-makelij. En hoeveel toonaangevende managers hebben geen keuken van Obumex?

'We staan niet stil bij het woord “prestige,. Integendeel. Ik vind het een fout woord. Wij kunnen voor ieders budget een mooie inrichting verwezenlijken. Net zoals de collega's kunnen wij een maatkeuken leveren voor 25.000 à 30.000 euro. Het probleem is dat de pers het alleen over de keukens van 100.000 euro heeft.'

Hoe Belgisch is Obumex?

'Alles is made in Belgium. Hier in Staden hebben we flink geïnvesteerd in ons atelier. Onlangs is daar een gerobotiseerde lakinstallatie bijgekomen met bijpassende verfijnde schuurautomaten. Dat soort dingen kun je alleen maar bij een bepaalde schaalgrootte. Daarvan ondervinden we nu de voordelen. Eigenlijk proberen we om op de meest industriële manier artisanaal werk af te leveren, zodat we het prijsniveau in de hand houden. Delokalisatie is daarbij echt geen optie.'

Hoe belangrijk is het om Belgisch te zijn en te blijven?

'Belgisch wordt ervaren als gründlich. Ik spreek hier misschien in clichés, maar de noeste arbeid van de West-Vlamingen wordt geregeld opgemerkt. Als onze technici op een werf gekomen zijn, staan de mensen soms versteld van hoe ze die weer achterlaten. En ook nog: na halfvier 'smiddags vind je op een werf in Brussel bijna niemand meer. Wij blijven wel bezig.'

Bent u bang van een productieland als China?

'Momenteel absoluut niet. Ik ben er geweest en ik heb er gezien dat ze veel kunnen. Maar de eerste tien à vijftien jaar kunnen ze die dingen nog niet op ons niveau doen, en ze zullen er niet in slagen om snel naar hier te komen. (lange stilte) We werken toch in een niche, hé. Maar onze niche zal er altijd zijn.'

Wat zijn de huidige pijnpunten in uw nichemarkt?

'We vinden nauwelijks nog geschoolde vakmensen. En vaak is een juiste mentaliteit ver te zoeken. Wij hebben zelf een systeem opgebouwd door duo's te vormen tussen een beginneling en iemand met ruime ervaring. Zoiets werkt. Bovendien hebben we goede contacten met scholen. We zitten in examencommissies van technische scholen in Ieper, Roeselare, Gent en Tielt. Regelmatig komen we ook mensen met ervaring tegen die een zekere upgrading of meer werkzekerheid willen.'

Hoe denkt u verder te groeien?

'Momenteel draaien we 13miljoen euro omzet en we groeien nog ieder jaar. Groei komt er door je marktmogelijkheden te ontdekken of ze te creëren. Maar je rendabiliteit en je omzetpotentieel zitten wel op veel verschillende niveaus. Het gaat om de hele cocktail van ontwerp tot realisatie en de marketing daaromheen. Wij streven in elk geval naar continuïteit voor het bedrijf. Langetermijnvisie is daarbij essentieel.'

Dus dromen mag?

'Dromen kun je nauwelijks verwezenlijken. Maar ik wil wel proberen om mijn marktpositie te behouden en nog te versterken door bijvoorbeeld showrooms in het buitenland. Ik wil ook blijven evolueren. Ik heb er in al die jaren veel zien komen en gaan. Het geheel orkestreren is echt geen sinecure.'

U bent wel erg gedreven bezig. Zit dat in de genen?

'Zonder passie doe je dit werk niet, zoveel is duidelijk. Je moet ervan doordrongen zijn, anders hou je het niet vol.'

'(stilletjes) Mijn vader heeft me veel geleerd. Van mensenkennis tot de hele technische kant van de zaak. Hij leerde me ook met beide voeten op de grond te staan. En te durven. Hij zei me ook dat ik nooit mocht verkopen indien ik niet zeker was van de productie. Maar misschien is het mooiste wat hij me geleerd heeft wel zijn zin voor verhoudingen en proporties. Dat zit in je genen. Dat leer je niet op de universiteit. (lacht)'