De activering van (langdurige) werklozen maakt soms ongewilde slachtoffers. Volgens de socialistische ambtenarenvakbond ACOD worden steeds meer personeelsleden van de arbeidsdienst VDAB geconfronteerd met agressief gedrag van werklozen.

In de vakbondstaal van ACODsecretaris Richard De Winter luidt het als volgt: 'Nu de VDAB-consulenten figuurlijk het onderste uit de kan met werkzoekenden schrapen, vormen zij een risicogroep voor ontoelaatbaar gedrag door externen.'

Waarover heeft De Winter het?

Volgens cijfers uit het ACOD-maandblad Tribune werden sinds 2006 binnen de VDAB in totaal 161dossiers opgesteld tegen agressieve werklozen. De agressie tegen VDAB-medewerkers varieert van scheldpartijen over doodsbedreigingen tot regelrecht fysiek geweld: 80dossiers over verbaal geweld, 35 over psychisch geweld, 18 over fysiek geweld, 14 over bedreigingen en 14 over verbale intimidaties.

Niet alle personeelsleden van de arbeidsbemiddelingsdienst worden in gelijke mate met die agressie geconfronteerd.

De consulenten zijn goed voor het gros van de dossiers (77), gevolgd door trajectbegeleiders (67), onthaalbediendes (17), administratieve medewerkers (13) en instructeurs (12).

Uit een analyse blijkt dat vooral vrouwen het slachtoffer zijn, meldt de vakbondssecretaris.

Ook de verdeling van het aantal 'agressieve werklozen' over de regio's is ongelijk. In de regio Antwerpen-Boom ging het om 79dossiers. Antwerpen is goed voor een kwart van alle langdurige werklozen in Vlaanderen die in aanmerking komen voor een 'curatieve activeringsaanpak'. Daarna volgen Sint-Niklaas (35), Gent (27) en Mechelen (20).

Vakbonden en directie hebben in de voorbije maanden een actieprogramma tegen 'niet-toelaatbaar gedrag van werklozen' uitgebouwd. In november werden die op papier gezet.

Naast preventietips voor de VDAB-personeelsleden en een opleiding 'crisisopvang' voor de leidinggevenden, werden afspraken gemaakt om de informatiefolder voor de werkzoekenden aan te passen.

Volgens ACOD'er De Winter 'moet het voor de werklozen duidelijk zijn dat ze naast rechten ook plichten hebben en dat ontoelaatbaar gedrag tegenover VDAB-medewerkers uit den boze is'. (jir)