Begrafenis

Gisteren heeft mijn buurvrouw Pascale haar kat begraven. Het was een eenvoudige plechtigheid. De kat was zestien. Ze sukkelde met nieren en longen, maar dieren klampen zich tot de laatste teug lucht aan het leven vast. 'De dag voor ze stierf at ze nog twee kwartels', zei Pascale, die haar dieren vertroetelt alsof het gereïncarneerde prinsen en prinsesjes zijn. Ik herkende het beeld. Toen mijn bobtail Boris negen jaar geleden dood ging, at hij al stervend nog een rijsttaartje, weliswaar zijn lievelingskost, maar toch. En toen ging hij heen. Ik vertel het verhaal soms aan de gebroeders Karamazov. Zij luisteren dan zeer ingetogen. Waarom zouden enkel mensen religieuze gevoelens hebben? Mijn buurvrouw maakte met de spade een gat aan de rand van de tuin. 'Hij ligt nu in de frigo, maar ik ga hem begraven in zijn dekentje.' Toen was het zo ver. Ze droeg de dode poes als een schrijn naar het grafje en schikte nadien zorgzaam de graszoden over de kale plek. De hondenpopulatie (de bobtails Kara en Mazov, de jack russel Zazie, de poedel Bobette en de van-alle-rassen-een-beetje Hugo) was nog nooit zo stil geweest. De Franse schrijver Paul Léautaud, die ooit meer dan vijftig zwerfdieren huisvestte, had in zijn tuin aan de rand van Parijs een eigen Père-Lachaise, voor de katten en honden die hem ontvielen. Ieder kreeg een laatste rustplaats met bescheiden opschrift. Op het graf van Léautaud zelf stond later 'hij hield van katten'. In het aanschijn van de dood is dat sterker dan een heldhaftige leuze. Schepen voor Dierenwelzijn en fervent kattenvriend Luc Bungeneers zal de laatste zijn om dit te ontkennen.

© Pol De Wilde

Niet te missen