Het was The Wall Street Journal zelf die op zijn website meldde dat er een principeakkoord bereikt is over de verkoop van Dow Jones aan News Corp. Onderhandelaars voor Dow Jones waren Richard Zannino, de ceo van Dow Jones, twee adviseurs van het bedrijf en twee onafhankelijke bestuurders.

Hoewel de familie Bancroft, die 64procent van de stemrechten in Dow Jones controleert, nog altijd diep verdeeld is over de verkoop aan Rupert Murdoch, ziet het ernaar uit dat ze weinig alternatieven heeft. Sinds Murdoch begin mei zijn bod van 5miljard dollar uitbracht, is er nog geen 'witte ridder' met een serieus tegenbod opgedaagd. Christopher Bancroft, een van de familieleden die ook in de raad van bestuur zetelt, probeert naar verluidt nog steeds de verkoop te blokkeren. Maar de kans dat hij de daartoe benodigde 51procent van de stemmen kan mobiliseren, werd gisteren heel klein geacht.

Het ziet er dus naar uit dat The Wall Street Journal, het weekblad Barron's en het persbureau-annex-financiële informatieverstrekker Dow Jones weldra deel zullen uitmaken van het mediarijk van de inmiddels 76-jarige Rupert Murdoch. Dat imperium, dat hij eigenhandig opbouwde en waarvan hij nog steeds zelf 31procent controleert, omspant intussen zowat heel de wereld. Dat maakt van hem volgens sommigen de allerlaatste mediatycoon in de echte zin van het woord.

Rupert Murdoch werd actief in de media toen zijn vader Keith in 1952 overleed en hem een Australische krant naliet. De toen 21-jarige Rupert, die studeerde aan de universiteit van Oxford, keerde terug naar Australië om de leiding van het bedrijf, News Limited, op zich te nemen. Daar ontwikkelde hij een grote passie voor het krantenvak: 'Ik ben al bijna van toen ik een baby was een krantenmens', zei hij onlangs in een interview in The Wall Street Journal. 'Ik ben gewoon dol op kranten.'

De jonge Rupert, die The Adelaide News nieuw leven had ingeblazen, begon al snel lokale en regionale kranten op te kopen in heel Australië. In 1956 lanceerde hij ook TVWeek, het allereerste Australische televisieblad, in 1964 volgde The Australian, de eerste landelijke krant in Australië. De broadsheet The Australian was volgens sommigen Murdochs eerste poging om zich, als uitgever van een 'kwaliteitskrant', een respectabeler imago aan te meten en aan politieke invloed te winnen.

Maar Murdoch wilde die invloed ook verder laten reiken dan Australië. In 1968 kaapte hij in Groot-Brittannië News of the World, een van de grootste kranten in de Engelstalige wereld, weg voor de neus van zijn concurrent Robert Maxwell. Een jaar later nam hij ook de pas gelanceerde The Sun over, die hij omvormde tot een tabloid waarvan nu zo'n drie miljoen exemplaren per dag over de toonbank gaan.

In 1981 zette hij de kroon op zijn Britse krantenrijk met de overname van de eerbiedwaardige The Times en The Sunday Times. Omdat die overname in sommige kringen bezorgdheid wekte over de redactionele onafhankelijkheid en integriteit van de kranten, stemde Murdoch ermee in dat zes onafhankelijke bestuurders speciale bevoegdheden zouden krijgen om de (hoofd)redacteurs te beschermen tegen al te grote inmenging van de eigenaar. Over hoe waterdicht die bescherming in de loop der jaren geweest is, lopen de meningen uiteen.

Inmiddels was Murdoch ook in de VS actief geworden, met de overname van de (later weer verkochte) San Antonio News en San Antonio Express. In 1976 werd hij eigenaar van The New York Post.

Murdoch hield het niet bij kranten alleen, maar breidde vanaf de jaren tachtig zijn belangen uit naar de film- en televisiewereld. Zo nam hij begin jaren tachtig een meerderheid in het Britse satelliettelevisie-netwerk SkyUK, dat hij herdoopte tot Sky Channel en later met de overgenomen concurrent British Satellite Broadcasting fusioneerde tot BSkyB. BSkyB is nu de grootste aanbieder van betaaltelevisie via de satelliet in Groot-Brittannië en Ierland.

In de VS werd Murdoch actief in de audiovisuele media via de overname van de legendarische filmstudio's van 20th Century Fox, waarover hij midden jaren tachtig de controle verwierf. Omdat volgens de Amerikaanse mediawetgeving buitenlanders geen Amerikaanse televisiebedrijven mogen controleren, nam Murdoch in 1985 de Amerikaanse nationaliteit aan. Dat gaf hem de vrijheid om van start te gaan met Fox Broadcasting.

Zo'n tien jaar later lanceerde hij zijn troetelkind Fox News Channel, een nieuwszender die 24uur per dag uitzendt via de kabel. Fox News Channel slaagde er al snel in CNN weg te concurreren als marktleider. Murdoch wil nu graag een vervolg breien aan dat succes door in het najaar Fox Business Channel te lanceren, een financiële nieuwszender. De beoogde overname van Dow Jones past ten volle in dat project: bedoeling is dat The Wall Street Journal, het weekblad Barron's en Dow Jones de televisiezender -en andere News Corp-media- financieel-economisch en zakelijk nieuws aanleveren.

De verhalen over Murdochs bemoeienissen met het redactionele beleid van zijn kranten en andere mediabedrijven lopen als een rode draad door zijn levensverhaal. De jongste maanden, sinds duidelijk werd dat hij zijn oog had laten vallen op het Amerikaanse icoon The Wall Street Journal, publiceerden de Amerikaanse media weer gretig allerlei getuigenissen van ex-hoofdredacteurs en ex-journalisten over de druk die ze naar eigen zeggen ooit ondervonden wanneer ze berichten publiceerden die ingingen tegen Murdochs zakelijke belangen.

Het is een feit dat Murdoch, zeker in het begin van zijn carrière, er niet voor terugdeinsde om zijn media een welbepaalde richting uit te sturen -'naar rechts en omlaag', zeggen critici in een verwijzing naar de conservatieve politieke lijn en vaak platte inhoud van zijn tabloids. En hij aarzelde zeker ook niet altijd om in te grijpen in functie van zijn eigen belangen of die van bevriende politici. Meestal, maar niet altijd, waren die laatsten van conservatieve signatuur, zoals Margaret Thatcher in het Verenigd Koninkrijk en George Bush in de VS. Het kan bijvoorbeeld toch geen toeval zijn dat geen enkele van de honderden kranten die Murdoch wereldwijd controleert, zich verzette tegen de oorlog in Irak, zeggen mediawatchers.

Maar de handige dealmaker Rupert Murdoch weet ook als geen ander in te schatten van waar de wind waait. Zo kozen zijn populaire Britse kranten later voluit de kant van Labour en Tony Blair.

De bezorgdheid dat The Wall Street Journal na de overname door Murdoch zal moeten inboeten aan redactionele onafhankelijkheid, doet de tycoon zelf af met een retorische vraag: 'waarom zou ik 5miljard dollar neertellen voor iets, om het dan kapot te maken?' En de lezers moeten ook niet bang zijn dat de eerbiedwaardige krant al te veel van haar sérieux zal verliezen. Want, zo grapte Murdoch onlangs in Time Magazine: als we beslissen dat ook de Journal op pagina drie foto's van schaars geklede meisjes krijgt, 'dan zullen we ervoor zorgen dat ze allemaal een MBA hebben.'