Beursgevoel is gezond
De Europese beurzen stormden gisterenmorgen meteen zowat een procent hoger, maar daarmee hadden we het beste meteen gehad. In de loop van de dag probeerden de beursindexen die winst krampachtig vast te houden. Toen bleek dat Wall Street niet van plan was om de enthousiaste stijging van vrijdag voort te zetten, kozen veel beleggers eieren voor hun geld. De vrees voor een voortzetting van de correctie is vanzelfsprekend nog niet weg. Het zal nog wel even duren voor de problemen op de kredietmarkt duidelijk worden. Zolang dat niet gebeurd is, zullen beleggers blijven vrezen voor marktontwrichtende tekorten.

Toch zijn er een paar gunstige tekenen. Ten eerste is het op zich positief dat veel beleggers bang zijn. Dat wil zeggen dat er beleggers hun portefeuille lichter hebben gemaakt door aandelen te verkopen. Anderzijds mag aangenomen worden dat partijen met al te agressieve posities die ondertussen hebben verkocht.

En vrijdag meldde Mark Hulbert dat zijn sentiment-indicator erg fors is gedaald. Die Amerikaan meet het beleggerssentiment aan de hand van beleggingsbladen die advies geven over de richting van de aandelenbeurzen op korte termijn.

Uit het verleden blijkt dat als die bladen pessimistisch zijn en dus adviseren om aandelenposities te verkopen, de beurzen daarna meestal stijgen. Het omgekeerde is ook waar: als de beleggingsbladen waar Mark Hulbert zijn indicator mee samenstelt erg optimistisch zijn, zakken de beurzen meestal. Hulbert blijkt dus te beschikken over een zogenaamde contra-indicator.

De kans dat de beurzen op korte termijn gaan herstellen; lijkt volgens deze sentiment-indicator dus groot.

Die kansen vergroten nog als het sentiment niet snel verbetert en beleggers dus pessimistisch blijven of op zijn minst voorzichtig. Wie dus hoopt dat de beurzen inderdaad gaan herstellen, moet hopen dat de financiële markten nog blijven kwakkelen.

De koersen moeten nog even blijven schommelen. De beurzen moeten af en toe nog eens met een flink verlies uitpakken, om iedereen nog eens flink te doen schrikken. Dat zou de kansen op een duurzaam herstel groter te maken.