'Ziet u daar die gehandicapte, die man in een rolstoel die zich komt aanmelden in de hoop iets van zijn spaargeld te recupereren? Tragisch hé?'

Terwijl de advocaat van een belangenorganisatie dat zegt, probeert hij op het gezicht van de betrokken journalist af te lezen of hij het gewenste effect oogst.

Van emoties dollars maken is een onderdeel van het 'compensatiespel' in de zaak Lernout & Hauspie.

De getuigenissen en ervaringen van de stoet van 'L&H-gedupeerden' die voor de zomer het daglicht zag - en zich ongetwijfeld straks weer op gang trekt - zijn vaak hartverscheurend, dan weer simplistisch en ademen in sommige andere gevallen gewoon blinde hebzucht uit.

'Als iemand als Jean-Luc Dehaene mee bestuurder werd van de taalvallei, dan was dat toch een teken dat het om een bedrijf ging waarin we konden geloven', zegt een belegger. Maar beleggers die bijvoorbeeld de helft van de verkoopopbrengst van hun handelszaak herinvesteerden in aandelen Lernout & Hauspie, kunnen zich niet op een ernstige manier op Dehaene en consoorten beroepen. Die beleggers zondigden tegen elk beleggingsprincipe en waren gedreven door pure inhaligheid.

Beroemd is de uitspraak geworden van een West-Vlaamse bankbediende die tegen een dame, die in een vroege fase aandelen L&H wou kopen, zei: 'Madammeke, ge kunt uw geld beter in de Leie smijten.'

Het is een illustratie dat niet iedereen overtuigd was dat het verstandig was om geld te beleggen in aandelen van Lernout & Hauspie.

Er wordt in dit verband ook al te gemakkelijk gewezen op de rol van de Amerikaanse zakenkrant Wall Street Journal en vergeten dat het een Vlaamse journalist is (Piet Depuydt) die al jaren eerder en herhaaldelijk aantoonde dat het aandeel L&H boekhoudkundig over de conventionele limieten ging.

Even duidelijk is dat er ook banken zijn die manifest onvoorzichtig gedrag hebben tentoongespreid. Zo is ons een gedetailleerd voorbeeld bekend van bepaalde vermogensbeheerders van Fortis in Gent die, in het kader van een discretionair vermogensbeheer-mandaat, nog een pak aandelen L&H in een beleggingsportefeuille stopten. Dat gebeurde op een moment dat de aandelen al volop aan het crashen waren ten gevolge van het losbarsten van de storm rond het bedrijf. Voorheen hadden ze dat aandeel nog nooit aan de portefeuille toegevoegd.

Een frappante vaststelling in het najaar van 2000 was dat Amerikaanse beleggers massaal hun L&H-papier dumpten, terwijl vooral Vlaamse beleggers er een kans inzagen om het aandeel 'goedkoop' op te vangen, uiteraard in de hoop op een fors herstel. De grootste verliezen werden dan ook in deze contreien geïncasseerd.

Jo Lernout kan zich niet vrijpleiten voor dit fenomeen. Op de legendarische persconferentie in september 2000 waar gehoopt werd dat hij duidelijkheid ging brengen over de identiteit van de beleggers achter de nevenbedrijven, gaf hij als boodschap mee dat 'de mensen aan de bankloketten stonden aan te schuiven om aandelen L&H te kopen'. De onwil om open kaart te spelen, duwde het aandeel de dag erop nog forser de dieperik in.

Lernout geloofde in de technologie en geloofde ook dat - ondanks de fraude - het bedrijf kon gered worden. Precies dat laatste is een bepalend verschil in de soms eenvoudige analyse die waarnemers maken. 'Alle Nasdaq-aandelen gingen onderuit. Beleggers gingen sowieso verlies lijden. Vandaag staat diezelfde Nasdaq-index nog op de helft van zijn piek van begin maart 2000.'

Dat is juist, maar door het faillissement van L&H verdween alle hoop op herstel en zag Vlaanderen de hoop een wereldspeler te hebben in een toekomstsector volledig in rook opgaan. (pdd)