De inflatie in Zimbabwe heeft in juni een nieuwe recordhoogte bereikt van 11,2 miljoen procent op jaarbasis en 839 procent op maandbasis. Dat betekent dat het leven in een maand tijd acht maal zo duur is geworden voor de Zimbabwanen, en nu honderdduizend maal zo duur is als een jaar geleden.

Dat blijkt uit cijfers van het centrale bureau voor de statistiek in Harare, de hoofdstad van het Afrikaanse land. In mei stond het officiële inflatiecijfer nog op 2,2 miljoen procent, wat als onrealistisch laag werd aangezien door waarnemers. Door het kritische tekort aan contanten heeft de Zimbabwaanse Centrale Bank eind juli nog 10 nullen op het einde van de Zimbabwaanse dollar geschrapt. Op dat moment was één Amerikaanse dollar nog 800 miljard Zimbabwaanse dollar waard.

Economen zeggen dat de inflatiecijfers weinig betekenis meer hebben. In Zimbabwe is er een chronisch tekort aan voedsel en brandstof. Een van de voornaamste bakkerijen in de hoofdstad is gesloten doordat er onvoldoende meel is. Een brood kost nu 150 tot 250 Zimbabwaanse dollar, vijfmaal zoveel als een maand geleden. De meeste mensen komen rond via ruilhandel en van geld dat familieleden in het buitenland opsturen.

Critici wijten de hyperinflatie aan de strategie van president Robert Mugabe om zijn verkiezingscampagne te bekostigen door de geldpersen te laten draaien. Zolang gesprekken over een machtsdeling met de oppositie niet tot een akkoord leiden, zal de economie niet verbeteren en de inflatie niet tot stilstand komen, zo wordt verwacht. De dramatische economische toestand heeft al miljoenen Zimbabwanen naar het buitenland - vooral Zuid-Afrika - doen vluchten.