Gluren bij de buren
Foto: © Michiel Hendryckx
In tijden van communautaire hoogspanning kan een occasioneel bezoek aan onze Waalse vrienden geen kwaad. Loopt daar werkelijk niets voor een meter? En doen wij het in Vlaanderen echt allemaal beter? Een legertje inktkoelies doet ons geloven dat alles in Vlaanderen in goud verandert, terwijl de grootste economische output bezuiden de taalgrens zou bestaan uit archeologisch industrieel erfgoed. Wij gingen ons ter plekke van de situatie vergewissen en luisterden gefascineerd naar het verhaal van ondernemer Peter De Cock, die in Bertrix een innovatief landbouwbedrijf uit de grond stampte.

Tien jaar geleden liep Peter met ambitieuze plannen rond. Hij wou als eerste een onderneming opzetten die de producten van melkschapen op de markt zou brengen. Daarvoor moet je in Vlaanderen een landbouwexploitatievergunning hebben. Geen probleem, zou je denken. Hij had het kapitaal, de wil om elke dag zonder uitzondering zijn schapen te melken en de vereiste opleidingen om bedrijfsleider te worden. De Boerenbond werd om advies gevraagd bij de vergunning en die adviseerde negatief. Niemand kon zo'n nieuw bedrijf dat nooit eerder was opgezet, rendabel runnen, luidde het ongenadige verdict. Peter kon naar zijn vergunning fluiten. En ik die dacht dat de gilden waren afgeschaft op het einde van middeleeuwen? Aan je collega-landbouwondernemers moeten vragen of je hen mag beconcurreren, lijkt me op zijn minst een vreemde manier van werken.

Omdat een echte ondernemer niet bij de pakken blijft zitten, zocht Peter dan maar een ondernemersvriendelijker klimaat op. En dat vond hij in, hou je vast, in Wallonië. De toenmalige Waalse minister van Landbouw -we hebben het hier over José Happart, die niet van overdreven Vlaamse sympathieën verdacht kan worden- zag geen graten in de plannen van een ondernemende Vlaamse boer om een bedrijf te beginnen in zijn gewest. Vandaag verkoopt Peter vanuit zijn bergerie unieke kazen, heerlijk roomijs en andere zuivelproducten van meer dan tweehonderd melkschapen. Producten vol vitaminen en met aanzienlijk minder vet dan andere zuivelproducten. Drie mensen werken continu in zijn bedrijf. Vorig jaar kwamen er meer dan vijfduizend klanten over de vloer. Dat is zonder de klanten op de Vlaamse markten en de betere restaurants, zoals het Brusselse Belga Queen, gerekend. De boerderij is zo succesvol dat mensen er nu zelfs hun eigen schapen kunnen leasen. Het grootste deel van zijn omzet haalt Peter uit Vlaamse schapen voor Vlaamse klanten.

Moeten we ons nog langer het hoofd te breken over onze lage ondernemings- en innovatiegraad in Vlaanderen? In Vlaanderen lijkt dus een stelletje ambtenaren en organisaties alle wijsheid in pacht te hebben. Immers zij, en niet de vrije markt, blijken te beslissen over de overlevingskansen van een nieuw bedrijf. Je kunt je dan afvragen hoe het überhaupt nog komt dat landbouwbedrijven failliet gaan nadat ze een vergunning hebben gekregen. Met zo'n systeem ben ik niet verbaasd dat hier zo weinig innoverende ondernemingen het licht zien. Een vernieuwend concept is risicovol en maar een deel overleeft. Maar als de oprichters dat risico aandurven, zouden ze een bos bloemen moeten krijgen, en geen koude douche.

Ondertussen zijn er tien landbouwbedrijven die melkschapen kweken in ons land. Je zou dus denken dat we ondertussen onze les geleerd hebben hier in Vlaanderen. Niets is minder waar. Vorige maand kreeg Peter een collega-landbouwondernemer in spe over de vloer. Die wou in Brakel ook beginnen met een melkschapenbedrijf. Het probleem? De man krijgt geen exploitatievergunning, want een aantal functionarissen in Brussel heeft beslist dat zo'n bedrijf rendabel runnen onmogelijk is. Klinkt bekend. En Peter? Die is gelukkig in Wallonië en kreeg een tijdje geleden een prijs voor zijn innovatief landbouwbedrijf. Van de Boerenbond.

Lorin Parys is voorzitter van Flanders DC, de Vlaamse organisatie voor ondernemingscreativiteit. Hij schrijft deze column in eigen naam.

www.standaard.be/paradoxvanparys

www.flandersdc.be

lorin.parys@flandersdc.be