Immuun voor ironie
Foto: © NO BYLINE
Op 17september reageerde Microsoft-topjurist Brad Smith in Brussel verongelijkt op het vonnis van de Europese rechtbank van eerste aanleg. De rechters bevestigden dat Microsoft misbruik heeft gemaakt van zijn marktoverwicht en dat het bedrijf daarvoor terecht is gestraft. Repliek van Smith: 'De informatietechnologie is een industrie waarin succesvolle bedrijven vaak een groot marktaandeel hebben. Soms houdt dat marktaandeel langere tijd stand, maar in vele andere gevallen is het vluchtig.'

Tien dagen later stond diezelfde Brad Smith voor de Amerikaanse Senaat. Hij vroeg de senatoren strenge antitrustmaatregelen te nemen. Tegen Google, wel te verstaan. Smith vindt dat Amerika de overname van het onlinereclamebedrijf Doubleclick door Google moet verbieden. 'Die fusie zal vrijwel zeker leiden tot hogere winsten voor de eigenaar van dat advertentiesysteem, maar wij geloven dat het slecht zal zijn voor alle anderen', zei Smith. Maar is zo'n marktoverwicht dan geen natuurlijk verschijnsel in de IT-industrie, dat vanzelf voorbijgaat? In dit geval blijkbaar niet.

Totaal immuun zijn voor de ironie van een situatie -het blijkt een belangrijke eigenschap als je general counsel wil worden bij een megabedrijf. Dat is bij Google niet anders.

Google en Microsoft houden elkaar momenteel in evenwicht. Microsoft beheerst de markt voor software die op pc's is geïnstalleerd, Google de markt voor softwarediensten die via een webbrowser worden aangeboden. Microsoft probeert in te breken in de markt van Google en omgekeerd, maar allebei met vrij weinig succes.

Zowel Google als Microsoft willen nu de antitrustwetgeving gebruiken om die inbraak in de markt van de andere te vergemakkelijken. Google heeft geëist -en verkregen- dat de ingebouwde zoektechnologie van Windows Vista niet wordt bevoordeeld tegenover Google Desktop. Na dat succes tracht Google nu de antitrustmaatregelen die in 2002 in Amerika aan Microsoft werden opgelegd, te laten verlengen. Die maatregelen lopen in november af. Geen wonder dus dat Brad Smith een beetje boos is.

Maar wat had Brad Smith de senatoren te vertellen? Volgens Smith beheerst Google 70procent van de markt voor advertenties op zoekmachines. Doubleclick heeft dan weer een overwicht in alle andere categorieën van onlineadvertenties. Samen zouden ze zo'n 80procent marktaandeel hebben -wat bij advertenties wél maar bij besturingssystemen dus geen probleem is.

De senatoren waren niet erg onder de indruk. Google en Doubleclick zijn geen rechtstreekse concurrenten van elkaar en dus heeft de Amerikaanse antitrustwetgeving over zo'n fusie weinig te vertellen (in Europa ook niet, trouwens). Het belangrijkste argument tegen de fusie is van een heel andere orde: Google en Doubleclick zouden samen te veel gegevens over consumenten bezitten. Daar kun je moeilijk tegen optreden via de antitrustwetten, maar het is wel een echt probleem.

En Google weet dat zelf ook. Getuige daarvan zijn uiterst misleidende initiatief, onlangs, om de hele internetindustrie op te roepen een gezamenlijke standaard voor privacy aan te nemen. Het koos natuurlijk niet voor de strenge principes van de Europese privacywetgeving, maar voor de losse, op consensus gebaseerde ideeën van de APEC. Ja, ook bij Google zijn ze immuun voor ironie.

Dominique Deckmyn is hoofdredacteur van het magazine 'IT Professional'.

www.standaard.biz/ecolumn