Ons land kent 330 private stichtingen. Het statuut is onvoldoende bekend, vindt het VBO.

beleid

van onze redacteur



De mogelijkheid om zogenaamde 'private stichtingen' op te richten werd gecreëerd in mei 2002. De private stichting houdt het midden tussen een vzw en een vennootschap. De wetgever definieert de private stichting als 'een stichting die wordt opgericht door een rechtshandeling van één of meer natuurlijke personen of rechtspersonen waarbij een vermogen wordt aangewend ter verwezenlijking van een bepaald belangeloos doel'. Met andere woorden: een private stichting dient om een vermogen te bestemmen voor een belangeloos doel.

Een van de doelen van het nieuwe statuut was het creëren van een Belgisch equivalent voor de Nederlandse 'stichting administratiekantoor'. Die constructie wordt ook door Belgische vennootschappen vaak gebruikt om gecertificeerde effecten in onder te brengen. Op die manier kunnen bijvoorbeeld leden van aandeelhoudersfamilies hun belang verankeren. Een studie door de denktank Excellence for non-profit, gesteund door het VBO, noemt het aantal van 330 private stichtingen bemoedigend, maar zeer laag in vergelijking met het aantal vzw's.

De meeste private stichtingen hebben te maken met familieaangelegenheden, maar er zijn er bijvoorbeeld ook voor cultuur, ontwikkelingshulp, belangenverdediging, onderzoek en tal van andere doelen. Ook de commissie-Lippens, die de gelijknamige code voor deugdelijk bedrijfsbeheer opstelde, is een private stichting. Het beheer en de certificatie van aandelen is het op twee na meest voorkomende doel. Het gaat uitsluitend om Vlaamse private stichtingen.

Het voorbeeld van de Nederlandse stichting administratiekantoor is daaraan waarschijnlijk niet vreemd.