De Canadese overheid maakt bijna 2,4 miljard euro vrij voor General Motors en Chrysler.

De Canadese regering zal noodleningen voor een bedrag van 4 miljard Canadese dollar (bijna 2,4 miljard euro) vrijmaken voor de Canadese vestigingen van de Amerikaanse autofabrieken General Motors en Chrysler. Dat maakte de Canadese premier Stephen Harper zaterdag bekend. 'We staan geen rampzalige ondergang van de Canadese auto-industrie toe', zei Harper.

De Canadese overheid legt 2,7 miljard Canadese dollar (1,6 miljard euro) op tafel, de deelstaat Ontario hoest 1,3 miljard Canadese dollar (766 miljoen euro) op. Harper gaf ook aan dat daar in de toekomst nog extra financiële steun bovenop kan komen. Aan het steunpakket zijn wel voorwaarden verbonden. Harper drukte de sector op het hart dat het 'geen blanco cheque is'.

Een dag eerder had de Amerikaanse president Bush een noodplan van in totaal 17,4 miljard dollar aangekondigd. Dat geld gaat in de eerste plaats naar General Motors en Chrysler. Ford liet weten dat het onder de huidige omstandigheden verder kon.

De autofabrikanten moeten voor eind maart volgend jaar herstructureringsplannen indienen om weer gezond te worden. Anders moet het gekregen geld gewoon teruggestort worden. Zonder de noodkredieten die de Amerikaanse overheid vrijmaakte, zouden de twee autoconstructeurs uit Denver binnen een maand failliet gaan.

Klaus Franz, het hoofd van de ondernemingsraad van Opel, liet intussen weten dat de ondersteuning van de Amerikaanse regering voor het moederconcern General Motors ontoereikend is. 'De 17,4 miljard zijn slechts een druppel op een hete plaat. Ze helpen niet echt verder', aldus Franz.

De Amerikaanse vicepresident Dick Cheney reageerde gisteren dat de beslissing om noodkrediet vrij te maken een goede beslissing is, maar dat uiteindelijk Barack Obama zelf, eens hij president is, het probleem van de sector zal moeten oplossen. (adg)