Het aantal werklozen in Vlaanderen stijgt de jongste maanden almaar sneller.

Het aantal werklozen in Vlaanderen is in juni gestegen tot 195.309. Dat is een stijging met 23,5% of ruim 37.000 eenheden tegenover juni 2008. Dat meldde de Vlaamse minister van Werk Frank Vandenbroucke (SP.A) gisteren. Vooral mannen en jongeren zijn het slachtoffer van de economische crisis.

De stijging van de werkloosheid is de voorbije maanden steeds versneld. Sinds november vorig jaar neemt het aantal werklozen in Vlaanderen toe, aanvankelijk traag (plus 0,2% in november en plus 3,9% in december), maar nadien steeds sneller (plus 15% in februari, plus 18% in april en plus 23% in mei en juni). De Vlaamse werkloosheidsgraad, de verhouding tussen het aantal werkzoekenden en de beroepsbevolking, komt in juni uit op 6,81%.

De crisis treft vooral mannen en jongeren. Zo nam het aantal mannelijke werkzoekenden in een jaar tijd toe met 37,5%, het aantal vrouwelijke werklozen met 'maar' 11,2%. 'Mannen werken meer dan vrouwen in conjunctuurgevoelige industriële bedrijven', zo luidt de verklaring in een persbericht. Ook het succes van de dienstencheques is een verklaring voor de gunstiger evolutie van de vrouwelijke werkloosheid.

Ook de groep jongeren onder de 25jaar reageert uitgesproken op de crisis. Vergeleken met juni 2008 waren er de voorbije maand 35,8% meer mensen zonder baan in deze groep. Bij de oudere werkzoekenden is de stijging minder groot. Er zijn verschillende verklaringen voor dit fenomeen. Zo werven bedrijven minder aan en werken jongeren vaker in een tijdelijk statuut. Bij afslankingen zijn het vaakst ook de laatste aangeworven werknemers, dikwijls jongeren, die het eerst moeten vertrekken.

Op jaarbasis is het aantal laaggeschoolde werkzoekenden met 20,4% gestegen. De middengeschoolden stegen met 27,7% en de hooggeschoolden met 25,9%. De relatief snellere toename van werkzoekenden met betere diploma's kan niet los gezien worden van de snel oplopende jeugdwerkloosheid.

De toename van het aantal werkzoekenden is het grootst in Limburg (plus 28,1%) en Antwerpen (plus 25,6%), 'provincies met een belangrijke industriële tewerkstelling'. In Vlaams-Brabant, met relatief meer werknemers in de tertiaire en quartaire sector, is de stijging beperkter (plus 18,1%).

'Het blijven economisch erg harde tijden, daar bestaat geen twijfel over', zegt minister Vandenbroucke. 'Investeren in opleiding en begeleiding van werkzoekenden blijft noodzakelijk. Voor de nieuwe Vlaamse regering geldt dan ook één belangrijke boodschap: ze moet investeren in jobs, jobs, jobs.' (fpe)