'Bodson miste kans om L&H te redden'
Jo Lernout (rechts), Pol Hauspie en Nico Willaert (links) op 21 mei 2007, de eerste dag van hun proces.belga
Foto: © LIEVEN VAN ASSCHE
Er is geen causaal verband tussen mogelijke fraude bij Lernout & Hauspie en het faillissement, zo luidt de stelling die Jo Lernout en zijn advocaat Luc Gheyssens deze week op het L&H-proces verdedigen.

justitie

van onze redacteur



De verdediging van Lernout wil aantonen dat er nog voldoende waarde zat in het bedrijf om door te gaan. Tot een frontale aanval op het in 2001 gevoerde crisismanagement door de toenmalige manager, Philip Bodson, komt het niet, dat is ook niet het voorwerp van de rechtszaak. De relatie tussen Bodson en Lernout verzuurde begin 2001 doordat beiden een fundamenteel andere visie hadden op hoe het bedrijf gered kon worden.

De verdediging van Lernout hoopt wel aan te tonen dat zelfs na het afboeken van het Koreaanse filiaal van L&H er nog voldoende waarde in de groep zat. De top van L&H wordt ervan verdacht bewust een systeem te hebben opgezet om de boekhouding van L&H mooier voor te stellen dan ze was.

Het openbaar ministerie wijst daarbij vooral op de rol van een web van nevenbedrijfjes, de zogenaamde LDC's, waarlangs volgens het OM valse omzet tot stand kwam.

Lernout en zijn raadsman, een in douanerecht gespecialiseerde advocaat uit Wevelgem die zelf veel geld zou verloren hebben in de zaak-L&H, willen aantonen dat de LDC's geen lege dozen waren en dat ze wel degelijk alle kansen (inclusief tools) hadden om tot ontwikkeling te komen. Lernout wil dat zelf voor het hof van beroep aantonen, maar het is afwachten of raadsheer Robert Pieters hem persoonlijk zal laten pleiten.

De verdediging van Lernout zal ten slotte pleiten dat Jo Lernout zich niet zelf bezighield met de boekhouding van L&H en dat een portie 'naïviteit' speelde bij het zetten van zijn handtekening als borgsteller van bepaalde leningen of contracten. Een ander argument dat deze week uitgespeeld wordt, is dat Lernout zich niet persoonlijk verrijkt heeft in deze zaak. Dat laatste wordt ook door het OM erkend.

Het OM eist voor Lernout eenzelfde straf als voor Pol Hauspie, het andere voormalige boegbeeld van L&H: vijf jaar gevangenis waarvan drie effectief. De verdediging van Lernout gaat ervan uit dat ze zal kunnen aantonen dat de rol van Lernout anders was dan die van Hauspie zonder zelf uitspraken te doen die Hauspie in verlegenheid kunnen brengen.

De verdediging van Lernout gaat maar liefst vier dagen lang pleiten. Zij neemt als eerste het woord in een proces dat officieel in mei vorig jaar startte, maar waar pas nu de debatten ten gronde kunnen starten. De verdediging van Pol Hauspie en Nico Willaert (de zogenaamde 'derde man') nemen elk slechts een halve dag het woord. Tot nu toe werden voor het hof enkel procedurekwesties gepleit, werden duizenden burgerlijke partijen geregistreerd en presenteerde het OM zijn rekwisitoor.

Het proces verloopt volgens een uitzonderingsregime doordat een plaatsvervangende Ieperse rechter mee in de zaak gedaagd werd. Daardoor werden raadkamer, KI en eerste aanleg uitgeschakeld. Het is tot nu toe het grootste financieel proces in België waar 'vanuit de publieke opinie' de nodige druk op zit. Twintig partijen zitten op het beklaagdenbankje, inclusief de vroegere beursgenoteerde vennootschap LHSP nv, de voormalige boekhoudcontroleur KPMG en de bank Dexia.

In de Verenigde Staten hebben zowel KPMG, Dexia als voormalige bestuurders een schikking afgesloten. In België kan een eventuele vergoeding van gedupeerde beleggers nog lang op zich laten wachten. Die zal het voorwerp uitmaken van burgerlijke procedures na afloop van de strafzaak.

Verwacht wordt dat het hof van beroep zijn arrest niet voor eind dit jaar velt. Wie schuldig bevonden wordt, kan daarop een stortvloed van burgerlijke claims verwachten. Sommige advocaten stellen daarom dat de eigenlijke inzet van dit proces 'de mogelijke burgerlijke dood vormt van hun cliënten'.

www.standaard.biz/l&h