Het Europees Parlement heeft gisteren een nieuw compromis goedgekeurd over het krediet.

financien

van onze redacteur



Na zeven jaar discussies staat de Europese Unie dicht bij de invoering van Europese regels die in alle lidstaten gelden voor het lenen van geld - tussen 200 en 75.000 euro - om aankopen te financieren. Die gelijke regels, die tegen 2010 van kracht moeten worden, moeten helpen om een Europese markt creëren voor consumentenkredieten. Er zijn momenteel zeer verschillende regels in de lidstaten, en zeer verschillende intrestvoeten. Die variëren tussen 6 procent in Finland tot 12 procent in Portugal. Consumenten kunnen van die verschillen niet profiteren door de ondoorzichtige regels. Van de totale markt van 800 miljard euro per jaar is slechts een zeer klein percentage grensoverschrijdend.

Gisteren heeft het voltallige Europees Parlement na moeilijke besprekingen tot net voor de stemming, een compromis aanvaard tussen de Raad en een delegatie van het Parlement, na enkele wijzigingen.

De regeling slaat op alle vormen van consumentenkrediet maar niet op hypotheken. Die zijn uit het oorspronkelijke voorstel van de Commissie gelicht.

Tot nu waren er alleen Europese minimumnormen van kracht. Een voorstel van de Commissie uit 2002 beoogde een volledige harmonisering. Maar het liep vast. In 2005 diende de Commissie daarom een nieuw voorstel in, dat afziet van maximale harmonisering en alleen enkele basiselementen vastlegt. Het zijn er vijf.

Het eerste is een Europees gestandaardiseerd formulier waarin kredietverstrekkers verplicht worden een vast stramien aan informatie te verstrekken vooraleer een contract af te sluiten. Dat maakt vergelijking mogelijk over de grenzen heen.

Ten tweede gelden er straks ook dergelijke regels voor de informatie in advertenties.

Ten derde is er voor het eerst een Europees voorgeschreven methode voor het berekenen van het jaarlijkse kostenpercentage, inclusief de elementen waarmee rekening moet worden gehouden en welke niet.

Ten vierde schrijft de richtlijn ook gestandaardiseerde informatie voor die de klant moet krijgen als een contract afgesloten wordt. Er wordt daarbij altijd in veertien dagen voorzien waarbinnen de consument zonder kosten het contract weer kan verbreken.

Het vijfde en moeilijkste punt slaat op de mogelijkheid om een lening vervroegd terug te betalen en de berekening van de kosten die daarvoor aangerekend mogen worden. De EVP wou de bepaling daarvan overlaten aan de lidstaten. Maar uiteindelijk werd een vergelijk gevonden waarin de lidstaten de mogelijkheid houden om de kosten te plafonneren tot 1procent van het terugbetaalde saldo. Maar voor de lidstaten blijft de mogelijkheid open om bijvoorbeeld geen kosten vast te leggen indien het terug te betalen bedrag kleiner is dan 10.000 euro. In Italië en Frankrijk is het aanrekenen van kosten verboden.

Nog een bijzonder punt: er is geen verplichting in verband met het controleren, over de grenzen heen, van de kredietwaardigheid van de kredietnemer.