De machtsgreep van de institutionele belegger
Ook een zwaargewicht als InBev kan vandaag niet meer om de financiële macht van institutionele beleggers heen.photo news
Foto: © Layla Aerts
Het heeft een tijd geduurd voor het in de cijfers zichtbaar werd, maar het aandeelhoudersschap op de Brusselse beurs is de voorbije jaren drastisch veranderd. In de jaren negentig werd de Brusselse beurs nog gedomineerd door grote buitenlandse referentieaandeelhouders, vooral van Franse nationaliteit. Maar naarmate deze laatste de Belgische iconen één voor één opslorpten en van de beurs haalden, zakte hun beursinvloed. In de plaats zijn blijkbaar andere buitenlandse aandeelhouders gekomen. Geen klassieke grootaandeelhouders uit Frankrijk of andere buurlanden, maar een bonte buitenlandse stoet aan kleinere institutionele beleggers zoals banken, verzekeraars, pensioen- en andere beleggingsfondsen. Omdat de participaties die zij namen vaak onder de verplichte meldingsdrempel van 3of5procent bleven, doken ze veelal niet of nauwelijks op in de officiële aandeelhoudersstatistieken van de 135 beursgenoteerde bedrijven in België. Vorig jaar waren er slechts 42participaties van buitenlandse investeerders bekend en minder dan tien jaar geleden kon men ze zelfs op de vingers van één hand tellen.

Maar het voorbije anderhalf jaar kwam ook daar verandering in, blijkt uit een studie van ING België. Hun aantal verdubbelde in die periode tot88. Waarbij het opvalt dat vooral de Angelsaksische fondsen België hebben ontdekt, met klinkende namen als Franklin Templeton, Merrill Lynch, Blackrock en Fidelity. Belgische beursgenoteerde bedrijven die kapitaal nodig hebben, kunnen dan ook niet langer om hun financiële macht heen.

Men kan immers gerust aannemen dat nog talloze andere buitenlandse institutionele beleggers kleinere pakketten Belgische aandelen bezitten. Zeker in de grote beursgenoteerde Belgische bedrijven -genre Inbev, Fortis of KBC, die samen goed zijn voor 41procent van de totale Belgische beurskapitalisatie- is het niet evident om pakketten van meer dan3 of 5procent te kopen.

Het is dan ook een publiek geheim dat in dat soort bedrijven de opmars van buitenlandse institutionelen de voorbije jaren nog veel sterker is toegenomen. Als een topmanager van Fortis of InBev vandaag tijdens een roadshow de zaal inkijkt, kan je er donder op zeggen dat het stikt van de Angelsaksische beleggings- en hefboomfondsen.

De vraag dringt zich dan ook op waar al die buitenlandse belangstelling zo plots vandaan komt. 'De meeste onder hen werden afgelopen anderhalf jaar aangetrokken door de relatieve overperformance van de Brusselse beurs in vergelijking met de andere buitenlandse aandelenmarkten', zegt Jerry Van Waterschoot, hoofd economische studies bij ING België. 'Vooral in 2006 bood de kleine, atypische Brusselse beurs ongeziene waarderingen. De koersen stegen gemiddeld met 25procent en de lage dollarkoers maakte investeren voor Britse en Amerikaanse fondsen nog aantrekkelijker.'

Toch betekent dit niet dat de klassieke Belgische grootaandeelhouder het voorbije anderhalf jaar aan macht heeft ingeboet. Neen, het was louter het buitenlandse aandeelhoudersschap dat muteerde. 'De Fidility's vervingen klassieke grootaandeelhouders zoals Suez', knikt Van Waterschoot. Sterker nog, de typisch Belgische referentieaandeelhouder werd onlangs nog iets sterker. Beducht voor de nieuwe overnamewet voerden een aantal aandeelhouders hun belang nog vlug op tot boven de 30procent om te ontsnappen aan een verplicht overnamebod. Dat was onder meer het geval bij Solvay, Telenet, Leaseinvest, Omega Pharma en KBC. Bovendien won ook de Belgische institutionele aandeelhouder aan macht: hun aantal verviervoudigde liefst van 10tot 43.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig