Het Vlaamse overheidsbudget voor innovatiebeleid ligt 25 miljoen euro lager dan vorig jaar.

ONDERNEMEN

De Vlaamse overheid zal in 2007 ongeveer 0,69 procent van het bruto binnenlands product (bbp) besteden aan onderzoek en ontwikkeling (O&O). Dat is een daling met 0,04 procentpunt van het bbp of de eerste keer in Vlaanderen dat de O&O-overheidsinvesteringen afnemen in meer dan vijftien jaar.

Dat blijkt uit de Speurgids 2007 van het Vlaamse overheidsdepartement Economie, Wetenschap en Innovatie. De Speurgids geeft een (budgettair) overzicht van het innovatiebeleid van de Vlaamse overheid.

Het O&O-budget gaat dus dit jaar met 25 miljoen euro omlaag, tot 1,555 miljard euro. Het grootste deel daarvan is bestemd voor de universiteiten (700 miljoen). Voor industrieel onderzoek is ruim 425 miljoen beschikbaar.

Daarmee scoort Vlaanderen verhoudingsgewijze slechter dan de meeste EU-lidstaten, de Belgische federale overheid inbegrepen (zie grafiek). Enkel Italië en Ierland doen het nog minder goed. Gelukkig stijgen sinds 2005 opnieuw de O&O-investeringen van de Vlaamse bedrijven, na enkele jaren met dalende cijfers. Die zijn goed voor 1,46 procent van het bbp. Overheid en bedrijven samen zitten nu aan 2,15 procent van het bbp voor O&O-inspanningen. Dat is ver verwijderd van de zgn. Lissabon-norm, die tegen 2010 een O&O-aandeel van 3 procent voorschrijft (1 procent voor de overheid en 2 voor de bedrijven).

Volgens Rudy Aernoudt, de secretaris-generaal van het Vlaamse departement van Economie, 'staat Vlaanderen nu niet verder dan zeven jaar geleden en amper even ver als de Verenigde Staten vijftig jaar geleden. Om onze achterstand in te halen, is in de komende drie jaar een extra investering van 1,5 miljard euro nodig, van overheid en bedrijven samen. Voor de Vlaamse overheid gaat het om 200 miljoen euro extra per jaar. Terwijl het bestaande Innovatiepact slechts 60 miljoen euro bijkomend plant per jaar.'

Toch nuanceert Aernoudt de povere prestatie van Vlaanderen. 'Het O&O-budget is in absolute bedragen meer dan verdubbeld in de voorbije vijftien jaar. Bovendien tellen fiscale maatregelen, zoals lastenverlagingen op de lonen van onderzoekers, niet mee voor de Lissabon-norm en heeft Vlaanderen geen traditie in O&O-budgetten voor militaire toepassingen, terwijl dat soort innovatie-uitgaven in bijvoorbeeld de VS en in Frankrijk bijna een kwart van het totale budget uitmaken.'

De topambtenaar relativeert tenslotte 'de fetisj' van de 3 procent-norm voor O&O. 'Niet alleen het totaalbedrag telt, maar vooral wat er mee gedaan wordt in de bedrijven en aan de universiteiten. Er wordt te weinig gekeken naar de kwaliteit van het innovatie-onderzoek en naar de economische valorisatie ervan, in producten, processen en diensten.' ( jir )

www.ewi-vlaanderen.be/speurgids