De dollar en de euro zitten allebei in de lift. Maar dan wel in verschillende richtingen.

WISSELMARKT

Van onze redacteur

Wim de Preter

Een lift lijkt nog sneller naar beneden te gaan als je zelf een andere lift naar boven neemt. Een gelijkaardig effect speelt momenteel op de wisselmarkt, waar de vraag naar euro's toeneemt terwijl die naar dollars vermindert. Want terwijl de Europese economie de jongste tijd aangenaam kon verrassen, komen er steeds meer signalen dat de Amerikaanse economie het moeilijk heeft. Het resultaat van die dubbele beweging is een dollarkoers die wel in vrije val lijkt.

De directe aanleiding voor de dollardaling van vrijdag was het bericht dat de Amerikaanse economie in het eerste trimester met 1,3% gegroeid is, een stuk minder dan de mediaanvoorspelling van 1,8% die Wall Street had gedaan. Gelijkaardige cijfers voor de eurozone zijn nog niet bekend, maar vorig jaar groeide de Europese economie wel met 2,7%, het hoogste peil in zes jaar.

Maar die historische cijfers zijn natuurlijk maar een stukje van het verhaal. De wisselkoersen reflecteren vooral economische verwachtingen, en ook daar zijn verschuivingen waar te nemen. Volgens de gangbare prognoses zullen de VS en de eurozone dit jaar ongeveer een evenwaardige groei kennen - het Internationaal Monetair Fonds gaat uit van respectievelijk 2,2 en 2,3%. Maar analisten gunnen Europa het voordeel van de twijfel.

Citigroup, een van de belangrijkste spelers op de internationale wisselmarkt, schreef gisteren in een nota dat zijn analisten hun 'verwachtingen voor dollarwinst hebben teruggeschroefd'. De reden daarvoor is vooral de zorgwekkende toestand op de huizenmarkt, waar de problemen 'sterker zijn dan verwacht' en een impact lijken te hebben op de bedrijfsinvesteringen. Een zwakkere arbeidsmarkt en hoge energieprijzen maken dat er van de consumentenbestedingen niet veel tegenwicht te verwachten valt. En beleggers die van zekerheid houden, bouwen hun dollarposities wat af in de aanloop naar de presidentsverkiezingen.

Ook in Europa is er sprake van een economische afkoeling, maar veel minder dan verwacht. De export doet het goed, vooral dankzij de aanwezigheid van Europese bedrijven in snelgroeiende markten als China, India en het Midden-Oosten. Tegelijk verhindert de sterke euro dat er inflatie wordt ingevoerd, waardoor de Europese rentevoeten relatief laag kunnen blijven.

Toch is het maar de vraag hoelang het zal duren vooraleer de dure euro een handicap wordt voor de Europese export. Als die perceptie de overhand krijgt, zou een koerscorrectie wel eens snel kunnen volgen.