Op welke forfaitaire aftrek van beroepskosten hebt u recht?

Een van de grootste klusjes bij het invullen van de belastingaangifte is het bewijzen van de beroepskosten. Het bijeenbrengen van alle gemaakte uitgaven is een werk dat stevig wat tijd in beslag kan nemen, maar wel de moeite kan lonen.

Maar wat als u slechts een heel beperkt aantal kosten hebt gemaakt? In dat geval hebt u toch recht op een forfaitaire aftrek, die de overheid in rekening brengt. Hoe hoog die aftrek is, kunt u met de onderstaande module berekenen. Ze wordt enkel bepaald door uw statuut, en uw inkomen.

Als het bedrag van de forfaitaire aftrek voor u hoger is dan de kosten die u kunt bewijzen, dan doet u er goed aan de kosten niet te bewijzen, u hebt dan immers recht op de hogere forfait.

Welke beroepskosten kunt u bewijzen? Bereken het eenvoudig met onze aparte module.

U bent een:

De berekening gebeurt als volgt. Voor werknemers bedraagt de forfait 30 procent van het loon, tot het maximum kostenforfait van 4.720 euro wordt bereikt, bij 15.733,32 euro. Wie meer dan 75 kilometer van het werk woont, heeft recht op een bijkomende forfait van 75 tot 175 euro, afhankelijk van de precieze afstand. Zelfstandigen met winst (handel, nijverheid, landbouw…) die hun beroepsinkomen aangeven in vak XVIII hebben recht op hetzelfde bedrag, maar zonder de kilometertoeslag. Voor vrije beroepers geldt er een getrapte regeling: 28,7 procent op de eerste 6.000 euro, dan respectievelijk 10 procent op het deel tot 11.910 euro, 5 procent tot 19.830 euro en 3 procent op het deel daarboven, tot het maximum van 4.150 euro is bereikt. Bedrijfsleiders genieten slechts een forfait van 3 procent op hun hele bezoldiging, met een maximum van 2.490 euro. Werklozen krijgen geen forfait, en moeten hun gemaakte kosten bewijzen.