Wat concluderen we uit de voorstellen?


1. Alle partijen zoeken nog geld

Ondanks de meegaande opstelling van de onderzoekers levert geen enkele partij een sluitende begroting af. Zelfs als alle besparingen en inkomsten realiteit worden, moeten de partijen nog een bijkomende inspanning leveren in 2019. Om de Europese normen te respecteren, stelt de Hoge Raad van Financiën dat in dat jaar een overschot van 0,75 procent moeten worden geboekt. Om dat te halen, moet de N-VA nog op zoek naar 800 miljoen euro. Bij Groen moet 2,2 miljard aan besparingen of extra inkomsten nog worden ingevuld. Open VLD, SP.A en CD&V zitten daar tussenin met een slordige 1,5 miljard. De KU Leuven merkt op dat de verschillen tussen de partijen te klein zijn om er conclusies aan te verbinden.

De enige eurosceptische partij in Vlaanderen vormt een uitzondering op de regel. Vlaams Belang kijkt niet om naar Europa en bespaart in 2019 maar liefst 6,3 miljard meer dan wat Europa vraagt. De partij rekent zich rijk, onder meer door miljarden te besparen op immigratie. Over de precieze omvang van de bijkomende inspanning kan gediscussieerd worden, omdat die onder meer afhangt van de groei en de rentestand. Maar de KU Leuven is relatief mild geweest voor de partijen en ging ervan uit dat de regering-Di Rupo voor 2014 de begroting nog op orde stelt. Als dit jaar niet meer wordt ingegrepen, dan moet er nog eens een slordige 2 miljard bovenop de bijkomende inspanningen worden geteld.

2. Rechtse partijen schieten meteen uit startblokken

Open VLD, CD&V, Vlaams Belang en N-VA willen geen gras laten groeien over de besparingen. Zij kiezen ervoor om sneller te bezuinigen dan de Hoge Raad van Financiën voorschrijft. Ze doen zich voor als ochtendmensen: ze verzetten veel werk aan het begin van de dag om het ’s middags en ’s avonds wat rustiger aan te kunnen doen. Linkse partijen spreiden de inspanningen geleidelijker. Het traject dat rechtse partijen volgen, heeft twee voordelen. Hoe kleiner het tekort, hoe minder er geleend moet worden. Daardoor daalt de rentelast. Bovendien leidt vroeger besparen ertoe dat uitstel geen afstel wordt. Zeker aan het einde van een bestuursperiode is het electoraal moeilijk om flink te snoeien. Maar bezuinigingen halen ook zuurstof uit de economie en kunnen de groei fnuiken.

3. Begrotingstekort zal bestuursperiode beheersen

De Vlaamse partijen voorzien tegen 2019 voor gemiddeld 17 miljard aan bijkomende besparingen en nieuwe inkomsten. Gek veel ruimte om daarmee beleid te voeren, is er niet, want 11 miljard is nodig om de ­Europese doelstelling te respecteren. Met het resterende deeltje verlagen de partijen vooral de belastingen. Open VLD is daarin het extreemst. De vrijgemaakte middelen die niet dienen om het tekort weg te werken, gaan nagenoeg volledig naar lastenverlagingen. SP.A, Groen en Vlaams Belang mikken meer op het versterken van de sociale bescherming.

Opvallend is dat Groen de enige partij is die substantiële investeringen voorziet. ‘Dat is een bewuste keuze’, stelt Groen-voorzitter Wouter Van Besien. ‘We investeren in openbaar vervoer, het isoleren van woningen, duurzame energie en maatschappelijke noden. We begrijpen niet dat andere partijen dat niet doen.’ Groen is daardoor de enige partij waarbij de gezamenlijke overheden netto niet besparen, maar net meer uitgeven.

4. Voor rechts zijn nieuwe inkomsten taboe

Op Groen na focussen alle partijen veeleer op besparen dan op het aanboren van nieuwe inkomsten. De N-VA noemde de regering-Di Rupo herhaaldelijk een belastingregering en durft het zelf niet aan om netto bijkomende inkomsten te generen voor de overheid. Opgejaagd door de Vlaams-nationalisten stelden de liberalen een veto tegen nieuwe belastingsinkomsten. In hun plan dalen de overheids­inkomsten met een slordige 5 miljard. Groen en SP.A hebben geen bezwaar tegen extra inkomsten.

5.Veel vraagtekens blijven

Partijen komen in de buurt van wat met Europa is afgesproken, maar enkele maatregelen die ze daarvoor voorstellen, roepen vragen op. Zo levert fraudebestrijding bij de SP.A liefst 3 miljard op. Dat is zes keer meer dan wat CD&V, N-VA en Open VLD uit die post denken te halen. Mogelijk tellen de socialisten daar ook de inkomsten uit btw-fraude bij, die bij N-VA en CD&V als een indirecte belasting worden beschouwd. CD&V en N-VA willen ongeveer 1 miljard putten uit nieuwe btw-inkomsten. Een haalbaar bedrag, maar hoe ze dat zullen bereiken, blijft onduidelijk. CD&V en S.PA blijven ook bijzonder vaag over hun miljardenbesparing in de sociale zekerheid.

Open VLD en N-VA leggen de overheden en sociale zekerheid de zwaarste besparingen op. De N-VA is daarbij creatief in het doorrekenen van de winst die een indexsprong oplevert. Zo gaat de partij ervan uit dat die indexsprong alle uitgaven bevriest. Bovendien meent ze dat de kostenbesparing voor bedrijven integraal zal opduiken in de winst, waardoor de inkomsten uit vennootschapsbelasting gevoelig stijgen. N-VA is wel gedetailleerder over de besparingen dan Open VLD, dat veelal vaag blijft. Om zijn ambitieuze plan waar te maken, rekent Groen op maar liefst 8,3 miljard inkomsten uit een vermogensbelasting. De invoering ervan is evenwel weinig realistisch op korte termijn, omdat de overheid nauwelijks zicht heeft op het vermogen van de Belg. En alle partijen, behalve SP.A, rekenen op terugverdieneffecten door hun lastenverlagingen. Maar geen enkele partij brengt de negatieve effecten van de strenge bezuinigingen in kaart.