Geschiedenis De Standaard

Oprichting

De geschiedenis van het dagblad De Standaard kan niet los gezien worden van de Vlaamse Beweging. Die stelde zich tot doel de belangen van het Nederlandssprekende deel van de bevolking te verdedigen binnen een België dat gedomineerd werd door Franstalige burgerij. Bij de aanvang van de twintigste eeuw was het nog steeds zo dat in Vlaanderen, het noordelijke Nederlandstalige deel van België, het Frans de voertaal was in administratie, gerecht, leger en onderwijs.

Een groep Vlaamse intellectuelen vond dat elke Vlaming recht had op onderwijs in zijn moedertaal. Administratieve formaliteiten in Vlaanderen moesten volgens hen in het Nederlands afgehandeld kunnen worden. Om die eisen kracht bij te zetten was nood aan een eigen Vlaamse krant, meenden enkele voormannen uit de Vlaamse beweging.

In mei 1914 richtten Alfons Van de Perre, Arnold Hendrix en Frans Van Cauwelaert in Antwerpen het dagblad De Standaard op. In november van dat jaar had de krant voor het eerst moeten verschijnen. De Eerste Wereldoorlog gooide echter roet in het eten. Het Duitse leger bezette België en de publicatie werd afgelast.

Onmiddellijk na de oorlog bleek dat de Vlaamse beweging in tweestromingen was uiteengevallen. Een radicale groep omvatte zowel Vlaamse soldaten die zich in de loopgraven hadden verzet tegen de eentalig-Franse bevelstructuur van het Belgisch leger als een kleine groep die tijdens de bezetting met het Duits militair bestuur had samengewerkt. Ze eiste prompte inwilliging van alle Vlaamse taaleisen.

Een gematigde stroming wilde die eisen geleidelijk via het Belgische Parlement realiseren. Volksvertegenwoordigers en Standaard-initiatiefnemers Van de Perre en Van Cauwelaert behoorden tot die laatste, gematigde groep. Op 4 december 1918 was het eindelijk zover. Het eerste nummer van De Standaard rolde van de persen.

Interbellum

De krant vestigde haar redactiekantoren aan de Brusselse Jacqmainlaan. Van de Perre nam de financiële leiding op zich terwijl Van Cauwelaert de redactionele lijn uitstippelde. Nadat die laatste burgemeester van Antwerpen was geworden volgde in 1922 de benoeming van Marcel Cordemans tot eerste hoofdredacteur. Bemand met een handjevol journalisten, waaronder schrijver Filip de Pillecyn, verwierf De Standaard vrij snel een invloedrijke positie in het Belgische perslandschap. Cordemans bouwde onder meer een uitstekende buitenlandverslaggeving op. De oplage steeg in de jaren twintig van vierduizend naar twaalfduizend.

Oprichter Alfons Van de Perre overleed in 1925. In de volgende jaren verwierf de Antwerpse zakenman politicus Gustaaf Sap vrijwel volledige controle over de krant. De nieuwe eigenaar nam een harder Vlaams standpunt in dan Van Cauwelaert. De rivaliteit tussen de twee invloedrijke katholieke politici zou in het volgende decennium voor een deel het Belgische politieke leven bepalen. Hoofdredacteur Cordemans, een Van Cauwelaert-getrouwe, moest in 1929 opstappen. Journalist Jan Boon volgde hem op.

Gustaaf Sap was in de jaren dertig herhaalde malen minister. De Standaard was in die periode in hoofdzaak zijn spreekbuis. Sap bepleitte samenwerking tussen de radicale en gematigde Vlaamsgezinden en een ,,concentratie'' van Vlaamse krachten over de partijgrenzen heen. Het bracht hem herhaaldelijk in conflict met de Katholieke Partij die in die jaren onafgebroken in de regering zat. De partij pakte zelfs uit met een anti-Standaardkrant, De Courant. Die werd gesteund door de machtige aartsbisschop van Mechelen, Kardinaal Jozef Ernest Van Roey, toenmalig premier Paul Van Zeeland en enkele katholieke industriëlen waaronder Léon Bekaert en Tony Herbert.

Het belette De Standaard niet om, met z'n twintig redacteurs onder de stimulerende leiding van hoofdredacteur Boon, een van de belangrijkste dagbladen van het land te worden. Ze steunde de neutraliteitspolitiek van koning Leopold III, was virulent anti-communistisch maar keerde zich ook tegen het "nieuwe heidendom" dat in Nazi Duitsland opgang maakte.

Onder de toenmalige medewerkers dient literator Marnix Gijsen vermeld. Jan Boon stapte in 1939 over naar de Belgische radio en werd als hoofdredacteur ad interim vervangen door Karel C. Peeters. In maart 1940 overleed eigenaar Gustaaf Sap onverwacht aan een hartaanval. Twee maanden later overrompelden de Duitse invallers het Belgische leger.

WO II

Bij de aanvang van de bezetting vielen de persen van De Standaard stil. Na enkele maanden werd besloten opnieuw een krant uit te geven maar niet onder dezelfde naam. De redactie ging weer aan de slag, nu voor Het Algemeen Nieuws. Hoofdredacteur Peeters had van het Duits militair bestuur verbod gekregen zijn functie verder uit te oefenen. In zijn plaats kwam Alfons Martens, een zwager van Filip de Pillecyn. De positie van informatiekrant kon onder de Duitse censuur onmogelijk gehandhaafd blijven. Het Algemeen Nieuws schakelde zich in in de Nieuwe Orde en sprak zich uit voor corporatisme en een brede Vlaamse samenwerking. Naarmate de oorlog vorderde werd het blad steeds kleurlozer. In maart 1944 verving het Duitse militair bestuur hoofdredacteur Martens door een figuur met uitgesproken nazisympathieën. Na de oorlog moesten verscheidene redacteurs waaronder Alfons Martens zich voor het gerecht verantwoorden. In die verwarde periode poogden enkele Vlaamse industriëlen de hand te leggen op de krant. Leon Bekaert en Tony Herbert waren in de jaren dertig al opgetreden als geldschieters voor de anti-Standaardkrant De Courant. Nauwelijks een maand na de bevrijding van België, in oktober 1944, bereikten ze een overeenkomst met de oude eigenaars van De Standaard. Die moesten op dat ogenblik rekening houden met eventuele gerechtelijke vervolging. Het was niet zeker of de krant zou kunnen blijven bestaan. Alle hulp was dus welkom.

Bekaert en Herbert wilden het dagblad gebruiken om de door de collaboratie zwaar beschadigde Vlaamse zaak te verzoenen met de Belgische realiteit. Ze namen daartoe enkele uitstekende journalisten in dienst. Theo Luykx, hoogleraar en oprichter van het departement sociologie aan de Universiteit van Gent. Victor Leemans, later CVP senator en in 1965 voorzitter van het Europees Parlement. Albert Coppé later CVP minister en twintig jaar Europees Commissaris. Renaat Van Elslande, in de jaren zeventig CVP minister van Buitenlandse Zaken. Veel jonge medewerkers opteerden later inderdaad voor de politiek, vooral de Christelijke Volkspartij (CVP), die in 1945 was opgericht.

Het dagblad dat Bekaert en Herbert vanaf 1944 financierden heette De Nieuwe Standaard. De krant kwam al snel onder fel vuur te liggen van Vlaams nationalistische zijde. Reden was de lauwe manier waarop over de na oorlogse repressie werd bericht. Heel wat Vlamingen meenden dat de Belgische krijgsraden verder gingen dan de terechte bestraffing van nazi-collaborateurs maar ook doelbewust de Vlaamse beweging wilden treffen. Veel mensen, aan wie alleen hun Vlaamsgezindheid ,,verweten'' kon worden, verdwenen geruime tijd in de cel.

De manier waarop de krant de executie van de 69-jarige August Borms goedpraatte veroorzaakte een storm van verontwaardiging. Borms stond bekend als reactionair en een verdediger van de nieuwe orde, maar hij had niet actief gecollaboreerd.

Albert De Smaele, schoonzoon van Gustaaf Sap, wierp zich op als spreekbuis van de ontevredenen. Bekaert en Herbert trokken in 1947 hun aandeel uit de krant terug. De 27 jarige De Smaele nam de leiding over. Voortaan zou de krant weer De Standaard heten en een klassieke Vlaams katholieke koers varen.

NV De Standaard

Albert De Smaele richtte in 1947 de NV De Standaard op. De vennootschap omvatte de kwaliteitskrant De Standaard, het volkse dagblad Het Nieuwsblad en het in 1976 opgedoekte weekblad Ons Volk. Qua politieke lijn knoopte de krant weer aan bij de vooroorlogse traditie. Ze verdedigde de Vlaamse taaleisen en richtte zich vooral op de katholieke regeringspartij CVP. Tijdens de Koningskwestie verdedigde ze hardnekkig de positie van Leopold III. In de daaropvolgende "schoolstrijd" pleitte de Standaard vurig voor het katholiek onderwijs, maar eenmaal het "schoolpact" een feit was, toonde de krant zich een voorstander van een "goed nabuurschap" van de verschillende netten. Ook de situatie in de kolonie, Belgisch Congo hield de krant bezig. De Standaard gaf een forum aan progressieve stemmen, zoals Jef Van Bilzen, die onafhankelijkheid van de kolonie binnen de twintig jaar bepleitte.

De jaren vijftig waren ook een periode van rijk journalistiek initiatief. Cultuurredacteur Max Wildiers startte De Standaard der Letteren. Deze wekelijkse literaire bijlage verwierf in het Nederlands taalgebied snel een ijzersterke reputatie vanwege de kwaliteit van z'n recensies. Filmredactrice Maria Rosseels kaartte regelmatig vrouwenthemas aan. Een artikelenreeks over het leven in de Belgische nonnenkloosters lokte een directe tussenkomst uit van Kardinaal Van Roey, een uniek gegeven in de Belgische persgeschiedenis.

Tot 1960 gaf uitgever Albert De Smaele zelf leiding aan de redactie. In de jaren zestig ging hij zich uitsluitend concentreren op de commerciële kant van de onderneming. Twee journalisten bepaalden voortaan de redactionele lijn. E. Troch kreeg de titel "directeur van de redactie", terwijl Manu Ruys werd benoemd tot "chef binnenland".

E. Troch, pseudoniem van Luc Vandeweghe, was vijfentwintig jaar lang het inspirerende hoofd van de buitenlandverslaggeving van De Standaard. Zijn linkse en bijwijlen bijtende commentaren waren een bron van permanente controverse. Troch was een voorstander van vreedzame coëxistentie tussen de communistische en Westerse machtsblokken, wat in volle koude oorlog niet overal in goede aarde viel.

Ruys was decennialang het gezicht van de krant in de Wetstraat, het politieke zenuwcentrum van België. Zijn editorialen waren gevreesd leesvoer bij politici. Bij de conflicten tussen de Nederlandstalige en Franstalige gemeenschap verdedigde De Standaard doorgaans met vuur de Vlaamse eisen. In de kwestie over de vernederlandsing van de universiteit van Leuven stelde geen enkele Vlaamse krant zich zo radicaal op. Ruys noemde de strijd voor "Leuven Vlaams" het hoofdprobleem van het Belgische politieke leven. Niet onterecht. Het roomsblauwe kabinet Paul Vanden Boeynants struikelde in 1968 over de kwestie. Twee jaar later zette een grondwetsherziening de omvorming van België tot een federale staat in.

Commercieel verging het De Standaard niet slecht. Dagelijks kochten zo’n 36.000 mensen de krant. De totale oplage van alle kranten van het bedrijf bedroeg in 1966 ruim 290.000 exemplaren. Goede cijfers, die bedrijfsleider De Smaele in het begin van de jaren zeventig verleidden tot een zeer ambitieus investeringsprogramma. Enkele leden van de raad van bestuur, waaronder André Vlerick, minister van Financiën én zwager van De Smaele, stonden huiverig tegen het plan wegens de grote risico's. De Smaele zette echter door. Het werd een ramp. De oliecrisis van 1973 deed de advertentiemarkt onverwacht instorten. De verliezen stapelden zich op. De gedane leningen konden niet worden afbetaald. Op dinsdag 22 juni 1976 sprak de rechtbank het faillissement uit van de NV De Standaard.

De VUM

Na het bankroet van de vennootschap volgde een korte dramatische periode met onderhandelingen, manifestaties en een bedrijfsbezetting. Het personeel trachtte het bedrijf in werking te houden ook zonder betaald te worden. Enkele Vlaamse industriëlen staken de koppen bij elkaar en besloten financiële middelen vrij te maken om de krant te redden. De Antwerpse reder André Leysen trad nu op de voorgrond. Zijn investerings- en beleggingsmaatschappij Ibel werd de grootste aandeelhouder.

Ook de journalisten speelden een belangrijke rol. Sponsoring door sympathisanten stelde hen in staat ruim elf miljoen frank op tafel te leggen. De redacteurs richten ook een VZW op die in die woelige periode over de principes van de krant moest waken: de Christelijke en de Vlaamse zaak, de vrije economie en de pluralistische democratie. Zeven dagen na het faillissement werd de Vlaamse Uitgeversmaatschappij (VUM) boven de doopvont gehouden. Leysen werd hoofd van het directiecomité. Robert Vandeputte, een oud gouverneur van de Nationale Bank van België, aanvaardde het voorzitterschap van de raad van bestuur. In die raad zetelden ook André Vlerick en een vertegenwoordiger van de journalisten.De Standaard had één van de zwaarste crisissen uit z'n bestaan overleefd.

Zakenman Dominique Van Damme kreeg de dagelijkse leiding van de nieuwe onderneming. Zijn bestuur zou slechts enkele weken duren. In de zomer van 1976 kwam hij om bij een vliegtuigongeval. Leysen vertrouwde daarop de leiding van het bedrijf toe aan Guido Verdeyen, een ingenieur uit zijn Gevaert groep. Ook aan het hoofd van de Standaardredactie grepen enkele wijzigingen plaats. Journalist Lode Bostoen nam de plaats in van E. Troch als hoofd van de redactie. Manu Ruys kreeg de verantwoordelijkheid voor de politieke lijn van de krant. Op het einde van de jaren zeventig klauterde De Standaard opnieuw uit het dal. Tegen 1980 waren alle schulden afbetaald en maakte de onderneming weer winst. Datzelfde jaar verliet de krant de gebouwen in het centrum van Brussel en betrok een nieuw complex in Groot Bijgaarden, aan de rand van de hoofdstad. Vier jaar later volgde de automatisering van de redactie. Het getik van de typmachines maakte plaats voor het gezoem van de beeldschermen.

Midden de jaren tachtig rolden dagelijks zo'n zeventigduizend exemplaren van de persen. Respectievelijk in 1989 en in 1991 konden Manu Ruys en Lode Bostoen tevreden afscheid nemen. Lou de Clerck en Mark Deweerdt namen de leiding van de redactie over. Twee jaar later werd besloten één algemeen hoofdredacteur aan te stellen. De keuze viel op journalist Dirk Achten die voordien aan het hoofd stond van de binnenlandredactie.

In het licht van deze goede resultaten besloot hoofdredacteur Achten zich vanaf 1999 te concentreren op de commerciële kant van de krant. De raad van bestuur benoemde Peter Vandermeersch, voorheen correspondent in Frankrijk en de Verenigde Staten tot algemeen hoofdredacteur.

De jaren negentig waren een periode van grote journalistieke creativiteit. De dagkrant werd dikker en verscheidene wekelijkse bijlagen zagen het levenslicht. Kiosk, vandaag Zipp (in een vorig leven De Grote Parade), brengt verslag uit van allerlei culturele manifestaties in binnen en buitenland. De Standaard Magazine verzorgt het degelijke reportagewerk. Sinds 1993 beschikt De Standaard als enige Vlaamse krant over een eigen wetenschapsrubriek. In 1999 verschenen zelfs nog enkele nieuwe bijlagen. In Trottoir kunnen de reporters hun ding doen, bijdragen over life style en reizen vinden onderdak bij De Wijde Wereld. Ook het oude vlaggeschip De Standaard der Letteren kreeg een nieuw kleedje.

Dat de lezer deze inspanningen weet te waarderen blijkt uit de oplagecijfers, zo'n 80.000 kranten werden er gemiddeld per dag verkocht in de eerste maanden van 2002. Sinds 1997 verschijnt De Standaard bovendien on line. Wereldwijd hebben ruim 200.000 lezers zich al laten registreren. Meer dan 30.000 geïnteresseerden ontvangen de krant dagelijks per e mail. De site wordt dagelijks door zo'n 40.000 mensen geraadpleegd.