Stop de kakofonie
COMMENTAAR — Hoelang gaan we ons in dit land nog de luxe permitteren om de verkeerde debatten te voeren? De enige echte hoofdzaak is de vaststelling dat onze economie niet voldoende krachtig is om onze welvaart en het welzijn dat erop gebaseerd is, te garanderen. Naar de aanpak van dat vraagstuk moet alle aandacht gaan. Snel zal daarbij blijken dat er geen honderd manieren zijn om het pad naar de toekomst te banen.
We voeren liever geïsoleerde discussies over de billijkheid van de notionele intrestaftrek, over de belasting op bedrijfswagens, over de juiste prijs van de dienstencheques, over de fiscale aanwending van managementvennootschappen, over de mogelijkheid van een indexsprong, over de merites van een hogere btw-voet en over subsidies aan bedrijven die mensen ontslaan. Telkens klinken er argumenten pro en contra die elk hun verdienste hebben. Maar in welk plan passen al die maatregelen? Louter in kortetermijnoplossingen voor de begroting? Of in een strategisch plan?
We willen goede lonen behouden en een sociale zekerheid op niveau. Niemand betwist dat. Maar als we te weinig waarde produceren, moeten we de productiviteit opdrijven. Dat drijft ouderen, laaggeschoolden en mensen met pech naar vervangingsinkomens. Die uitgaven worden verhaald op het productieve gedeelte van de economie en dat drijft de kosten van goederen en diensten op, waardoor de concurrentiekracht verzwakt.
Zelfs de discussie over de loonlasten of het algemene belastingpeil mist de essentie. Er zijn nog landen met hoge lonen en zware belastingen die wel succesvol zijn. Het komt erop aan inventiever en ondernemender, kortom ambitieuzer te zijn. Om dat elan op te roepen en te versterken, kan en moet de overheid een cruciale rol spelen. Maar dan moet de bestaande kakofonie wijken voor een geïntegreerde aanpak.
Nu zijn we gevangen in een niet aflatende estafettekoers. Willen bedrijven niet bij ons investeren, dan bieden we hen de notionele intrestaftrek. Worden hooggeschoolde werknemers te duur, dan schuiven we hen een bedrijfswagen toe, vinden laaggeschoolden alleen een zwarte job, dan bedenken we dienstencheques. Worden bedrijfsleiders te zwaar belast, dan richten ze een managementvennootschap op. Enzovoort. Al die verdienstelijke deeloplossingen leiden vervolgens tot perverse effecten en/of fraude. Dat noodzaakt tot bijsturen en tot controle. Aan het einde van de rit is alles stukgereguleerd, stokt elk initiatief en vindt iedere groep dat een andere onbillijk wordt bevoordeeld. Maar samen, als economie en als samenleving, zijn we slechter af.
Iedereen weet dit, de analyse is al honderd keer gemaakt. En toch blijven we eeuwig rondjes lopen en dezelfde zinloze discussies voeren.