BEELDVERHAAL | tom  vantorre

Stromae et moi

Bij de uitreiking van de Mia’s in januari werd Stromae geïnterviewd, (alweer) de grote winnaar. Een van zijn antwoorden, ‘Ik ga dit jaar in Afrika toeren’, liet me niet meer los. Afrika: de plek vanwaar zijn vader afkomstig was. Maar ook: wie zíjn z’n fans daar, vroeg ik me af.

 In het zog van Paul Van Haver trok ik naar Praia (Kaapverdië), Abidjan (Ivoorkust), Kinshasa (Congo) en Kigali (Rwanda). De fans sprak ik tijdens de concerten aan, ik vroeg of ik hen mocht fotograferen op de plek waar ze doorgaans naar zijn muziek luisteren. Zo werden de portretten ook een beeld van Afrika.

 Ik was erbij in Kinshasa toen op een persconferentie werd bekendgemaakt dat het concert niet doorging – gezondheidsproblemen bij Stromae. Maar toen de ster vorige week alsnog naar Congo en zijn ‘vaderland’ Rwanda trok, kon ik opnieuw op pad. Maak kennis met de fans die ik tijdens die laatste trip ontmoette. Zoals Jacques, een jonge fotograaf uit Kigali, op de cover van dit blad. Eén beeld wou hij tijdens het concert van Stromae maken: als die tijdens ‘Peace or violence’ het V-teken toont. De vader van Jacques stierf zeven dagen na zijn geboorte, in 1994, toen Rwanda in de greep van de genocide was. Voor elke fan hen betekent Stromae iets anders, maar hoop en inspiratie. komen altijd terug.

 

Jean-Bedel en zijn gezin, Kinshasa.

 

FAVORIETE NUMMER: ‘RENDEZ-VOUS’

 

Jean-Bedel werkt als IT’er bij Vodacom . School liep hij bij de jezuïeten, net als Paul Van Haver, alias Stromae. ‘We leerden er discipline en ijver.’ Ook zijn kinderen wil Jean-Bedel de beste opvoeding geven, en ze volgen alle drie muziek. ‘Alle muziek heeft haar wortels in Afrika. In Papaoutai gebruikt Stromae Congolese gitaar, dat maakt dat we ons erg met hem verbonden voelen. Ik had het meteen gemerkt toen ik het nummer voor het eerst hoorde.’

 ‘De afgelopen achttien jaar was het beeld van Congo in het buitenland er altijd één van oorlog, misbruik en miserie. Ik hoop dat we met het optreden van Stromae kunnen laten zien dat ons land wel “fréquentable” is.’ De clip wordt op pauze gezet, en de kinderen tonen hun muzikale kunnen. Jean-Bedel en zijn vrouw, Monica, kijken trots toe.

 

Freddy, Kinshasa.

 

FAVORIETE NUMMER:  ‘TOUS LES MÊMES IN DE A CAPELLA-VERSIE’

 

Freddy maakt kunstwerken van voorwerpen die hij in de straten van Kinshasa vindt, zoals een huis van gsm’s. Terwijl hij vertelt, rinkelt zijn gsm: het Afrikamuseum in Tervuren. Hij gaat er de koepel van het museum op ware grootte nabouwen met machetes – en of hij zo snel mogelijk het exacte budget voor dat project kan doorbellen. Freddy zucht: ‘Hoe weet ik nu hoeveel 2.000 machetes in Brussel kosten.’

Stromae kent hij van een buurvrouw die voor haar kindje ‘Papaoutai’ zong, omdat de vader vaak van huis is. Hij vroeg haar wie die zanger was, en toen hij hoorde dat Stromae naar Kinshasa kwam, wou hij daarbij zijn. ‘Ik heb op het podium een grote meneer gezien. Ik heb hem een beetje laat leren kennen, maar nu ga ik zijn cd kopen.’

 

Christine en haar gezin, Kigali.

 

FAVORIETE NUMMER: ‘ALORS ON DANSE’ (CHRISTINE’), ‘TOUS LES MÊMES’ (CHRISTOPHE)

 

‘De kinderen houden er al een week niet over op: Stromae komt! Stromae komt! Gisteren ging ik met Raul naar de kapper en hij wou zijn haar zoals Stromae.’ Christine lacht. Ze zit aan de keukentafel te eten en vertelt geanimeerd over haar land. ‘Rwanda is klein maar proper. Als je hier langs de kant van de weg plast, of spuwt op straat, zijn er mensen die daar een foto van nemen.’

 Haar man Christophe, die erbij is komen zitten, werd niet in Rwanda geboren. ‘In Congo wist ik niet eens dat ik Rwandees was. Tot we op een dag op school met een groep in een lokaal verzameld werden – en het me opviel dat we allemaal op elkaar leken. Het was 1994, ik was 11.’ Hij vertelt het op zachte toon, alsof het een gewone schooldag betrof. ‘Zonder dat mijn ouders het wisten, trok ik met twaalf andere jongens de grens naar Rwanda over. Daar werden we getraind en leerden we een kalasjnikov te gebruiken. In het leger noemden ze ons kadogo, ‘kleine’, we werden goed beschermd. Ik was erbij toen Kigali bevrijd werd.’

 Als het op hun favoriete nummer van Stromae komt, is Christophe resoluut. ‘Toen hij zong: “blank, zwart, hutu, tutsi”, tijdens “Tous les mêmes”. Dat was het hoogtepunt van de avond.’

 

Joselyne en haar zus Antoinette, Kigali.

 

FAVORIETE NUMMER: ‘PAPAOUTAI’ (ANTOINETTE), ‘TOUS LES MÊMES’ (JOSELYNE)

 

‘Ik hou van de outfits van Stromae, zijn shorts, die lange kousen, de manier waarop hij kleuren gebruikt. Hier in Rwanda dragen we vaak kleur, het was het eerste wat me bij hem opviel. Ik vind het niet belangrijk dat hij Rwandese roots heeft, maar dat hij het op die manier toont, is fijn.’

 Joselyne stichtte drie jaar geleden een modehuis in Kigali, waar intussen 15 mensen werken, ook haar zus Antoinette. Rwanda heeft een traditie van kleermakers, vertelt zij, en dat het vooral mannen zijn die hier de kleren maken. Het atelier krijgt ook vaak buitenlanders over de vloer, die voor het eerst iets op maat laten maken. ‘En later vaak niets anders meer willen’, legt Joselyne uit. ‘Omdat ze zich er zo goed in voelen. Ik zeg soms dat we hier de hele wereld kleden.’ En dan: ‘Wel jammer dat ze geen Stromae-T-shirts verkochten op het optreden. Ik zou er elke dag één dragen.’

De afgelopen twee jaar trad Stromae voor meer dan 2,5 miljoen toeschouwers op. In Kigali sloot hij zijn wereldtournee af met een concert voor 12.000 mensen, onder wie de Rwandese first lady. Tijdens ‘Tous les mêmes zong hij niet alleen ‘Flamand, Wallon’, maar ook ‘Hutu, Tutsi’. Achter het podium zijn de lichtjes van de heuvels van Kigali te zien.

In juni verschijnt Stromae niet op de persconferentie in Kinshasa. ‘Le concert est annulé’.

Vier maanden later is hij er wel. Hij excuseert zich uitgebreid voor zijn afwezigheid vorige keer en verzekert dat het de gevolgen van het medicijn Lariam waren. ‘Bij het minste emotioneel worden, paranoia en zelfs zelfmoordgedachten: dat is zo’n beetje waar ik ben doorgegaan.’

Toch is er de avond van het concert opnieuw gemor. Het optreden had om 18 uur moeten beginnen, maar pas om 20 uur gaan de deuren open. Mensen laten hun ongenoegen blijken, er is boegeroep. Als Stromae om 22 uur eindelijk opkomt, moet hij alles geven om het kritische publiek te overtuigen. In het eerste nummer klinkt zijn stem minder vast dan anders. Maar bij ‘Formidable’ slaat de vlam over. Opzij van het poidum kijkt zijn moeder toe.