Kan men nog als bestuurder beschouwd worden als men formeel ontslag genomen heeft? Het hof van beroep van Antwerpen vindt blijkbaar van wel.

Interesten van leningen zijn aftrekbaar - in principe. Een van de uitzonderingen is de interest op leningen die worden toegestaan door vennoten, bestuurders en hun echtgenoten. Indien die leningen meer bedragen dan het eigen vermogen van de vennootschap, dan is de interest op het verschil niet aftrekbaar.

We hebben het wat vereenvoudigd, maar grosso modo komt het toch daarop neer. Het is ook duidelijk dat de bepaling alleen toepasselijk is op wie 'bestuurder, zaakvoerder, vereffenaar is of gelijksoortige functies uitoefent' (art. 32, eerste lid, 1° WIB) en niet op andere personen - zelfs als ze een leidende functie of werkzaamheid zouden uitoefenen (art. 32, eerste lid, 2° WIB).

Veronderstel dus dat ik een lening geef aan een vennootschap waar ik geen aandeelhouder van ben, maar wel bestuurder. De vennootschap heeft een kapitaal van een miljoen euro, en geen reserves. Ik geef daarnaast een lening van een miljoen euro. Alle interesten die ik in dat geval krijg, zijn aftrekbaar bij de vennootschap, want de lening is niet hoger dan het kapitaal. Veronderstel nu dat ik een lening geef van twee miljoen euro. De interest zal dan maar voor de helft aftrekbaar zijn, want de lening is tweemaal zo hoog als het eigen vermogen.

Veronderstel, in dezelfde situatie, dat ik geen bestuurder ben. Dan is alle interest aftrekbaar, ook al is het geleende bedrag even groot.

Het is dus wel belangrijk te weten of ik bestuurder ben of niet.

In een arrest van het hof van Antwerpen van 16 januari 2007 (Rol nr 2004/AR/369) gaat het over een zaak waar de gedelegeerd bestuurder ontslag genomen had als bestuurder. Haar echtgenoot gaf kort daarna een lening aan de vennootschap die het eigen vermogen oversteeg.

Het arrest merkt op dat de afgetreden bestuurder ook na haar ontslag als bestuurder nog steeds handelingen als bestuurder heeft gesteld: (1) ze diende een aangifte in de roerende voorheffing in, (2) ze ondertekende het formulier zelf als afgevaardigd bestuurder, (3) ze staat als afgevaardigd bestuurder vermeld op een verslag van de raad van bestuur en (4) ze staat als afgevaardigd bestuurder vermeld op het proces-verbaal van de algemene vergadering der aandeelhouders.

Het hof sluit zich daarom aan bij de rechter in eerste aanleg, die geoordeeld had dat haar ontslag als bestuurder van de nv niet met de werkelijkheid overeenstemde toen bleek dat zij ook na haar ontslag als bestuurder bestuurshandelingen had gesteld.

Het minste wat men kan zeggen is dat de betrokkenen wat slordig geweest zijn: als ik ontslag neem als bestuurder, dan moet ik daarna geen stukken meer tekenen waarop staat dat ik wél nog bestuurder ben.

Maar rechtvaardigt dat de beslissing? Men kan wel stellen dat die stukken niet geldig zijn, want ze zijn getekend door iemand die geen geldig mandaat meer bekleedt. Als de beslissing tot ontslag geldig genomen is, dan kan een aangifte in de roerende voorheffing die de ontslagen bestuurder nog tekent, mijns inziens niet tot gevolg hebben dat zij weer bestuurder wordt.

Hetzelfde geldt voor het verslag van de raad van bestuur. Voor het proces-verbaal van de algemene vergadering kan men al twijfelen: als de algemene vergadering niet protesteert als iemand zich als bestuurder voordoet, kan men dat dan als een impliciete benoeming beschouwen? Maar zelfs dat lijkt mij toch zeer verregaand. Men kan zich dus afvragen of het arrest niet vatbaar is voor cassatie wegens miskenning van de bewijskracht van geschreven stukken.

Bemerk overigens dat dergelijke leningen, die dus in zekere zin als eigen vermogen beschouwd worden, niet meetellen voor de notionele interestaftrek. Of dat in overeenstemming is met de grondwettelijke gelijkheid, lijkt mij heel twijfelachtig.

Rik Deblauwe is advocaat bij Tiberghien Advocaten.