De jeugd verliest haar interesse in auto's. In Japan is het fenomeen al zo alledaags dat het daar een eigen naam kreeg: 'kuruma banare' of 'demotorisatie'. Maar ook in Europa wordt de trend stilaan zichtbaar.

Van onze redacteur



Zo'n 3,2 miljoen auto's rolden er nog uit de Japanse showrooms in 2008 en dat is het slechtste verkoopresultaat in 34jaar. Uiteraard heeft de economische recessie daar veel mee te maken. Ook in het land van de rijzende zon denkt de consument twee keer na voor hij of zij grote en dure aankopen doet. Bovendien is de Japanse markt al een tijdje verzadigd (net zoals in Europa trouwens) en krimpt de bevolking er. Maar er is meer aan de hand.

Volgens Japanse sociologen zou de jeugd haar interesse in auto's compleet aan het verliezen zijn. Auto's worden gezien als een typisch verschijnsel uit de twintigste eeuw, een product bovendien dat tot niets anders geleid heeft dan mobiliteitsproblemen en ecologische ellende.

In plaats van met auto's houdt de gemiddelde Japanse tiener zich nu veel liever bezig met zijn gsm, zijn Playstation of Nintendo en met zijn vrienden in de elektronische chat rooms. Het fenomeen is al zo wijd verspreid dat er al een uitdrukking voor bestaat: kuruma banare. Letterlijk vertaald betekent het zoiets als 'demotorisatie'. Sommige autofabrikanten vrezen zelfs al dat ze zich binnenkort moeten gaan opmaken voor een maatschappij die dan wel niet volledig autoloos is, maar waar auto's toch maar net getolereerd worden.

Kuruma banare beperkt zich ook al niet meer tot enkel Japan, ook in onze contreien is het fenomeen al opgemerkt. 'Er is inderdaad een jonge stedelijke generatie aan het groeien die bewust het aanschaffen van een auto uitstelt', zegt Joost Kaesemans van de automobielfederatie Febiac. 'Wij, enfin ik toch, wilden nog meteen toen we achttien werden ons rijbewijs halen. Nu zie je dat een deel van de jongeren die stap uitstellen tot het moment dat zij zich settelen of zich in een professionele carrière lanceren. Daar mogen we niet blind voor zijn, maar echt nieuw is dat niet. In grote steden is het hoe langer hoe minder de gewoonte dat de mensen er een eigen auto op na houden. Mobiliteitsproblemen hebben daar natuurlijk veel mee te maken.'

Van echt specifiek onderzoek naar kuruma banare in Europa heeft trendwatcher Herman Konings geen weet, maar ook hij toont zich allerminst verbaasd over het fenomeen. 'Het lijkt me zelfs een beetje logisch', zegt hij. 'Het aanbod aan activiteiten voor jongeren is nu zo groot geworden, dat ze hun aandacht maar zelden meer aan één onderwerp geven. Vroeger werden jongens ook veel meer gepusht om zich met auto's bezig te houden. Zus speelde dan wel met de poppen. Die tijd is ook voorbij. Ik denk ook dat auto's veel minder dan vroeger een statussymbool zijn onder jonge mensen. Om iets te betekenen in deze maatschappij moet je niet per se meer met een grote bolide komen aanrijden. En nu je ook steeds meer in de wat lagere klassen BMW's ziet opduiken, moet je al bijna met een jacht of een helikopter uitpakken om nog indruk te maken.'

Volgens Konings verwachten jongeren ook steeds vaker van hun werkgever dat die hen wel een auto zal bezorgen. 'Zowat de helft van de jongeren onder25 heeft een diploma hoger onderwijs en heeft dus veel kans om in een diensteneconomie te gaan meedraaien. Een bedrijfswagen hoort er dan bij. Het is bijna een zorg die hen uit handen wordt genomen, maar ze zijn er dan zelf ook veel minder emotioneel bij betrokken. Dat de wagen een beetje als old school wordt gepercipieerd heeft ook met de groene trend te maken. Jongeren denken veel meer dan vroeger na over de ecologische impact van zo'n vervoermiddel.'

Dat de auto-industrie zich nu voor het einde van haar bestaan moet gaan opmaken, wil Konings niet gezegd hebben. 'Zo'n vaart zal het niet lopen. Bij de nestklevers die tot hun dertigste in Hotel Mama wonen, zie je vaak wel dat ze een nieuwe wagen kopen. Gewoon, omdat ze het zich kunnen permitteren met het geld dat ze hebben uitgespaard. Ook zij zullen nog altijd graag vlug hun rijbewijs willen halen, al was het maar om met de auto van papa rond te toeren.' Ook Kaesemans schat de situatie al bij al niet zo negatief in. 'Auto's die niet door de jongeren worden gekocht, zullen wel door een nieuw klantensegment worden opgepikt', zegt hij. 'Aan de andere kant van de tijdlijn is er een generatie bijgekomen' aldus de Febiac-woordvoerder. 'Vroeger kocht je je laatste auto net voor of net na je pensioen, rond je zestigste of vijfenzestigste. Nu de mensen ouder worden en er ook steeds meer senioren zijn met een rijbewijs, wordt die laatste auto veel later gekocht. In een leven kopen de mensen tegenwoordig gemiddeld geen zeven auto's meer maar acht.'