Beleggers teren vaak op hoop, maar een teveel aan onzekerheden is nefast. Na ruim twee jaar klimmen is het vertrouwen weg en beheerst hoogtevrees de beurzen.

Het is al de zesde opeenvolgende beursweek met verlies. ‘Sell in may and go away', weet u wel. Het is pas als die beurswijsheid een paar jaar niet uitkomt, dat ze niet in de wind geslagen mag worden. Maar goed, al bij al zijn de beurzen de voorbije zes weken ‘maar' een 5 tot 8 procent verloren, zowat de winst van de eerste maanden van 2011. Voor de Bel20 blijft er nog een plusje over van 0,6 procent, zonder de dividenden die beleggers ondertussen wel op zak hebben gestoken. De Dow Jones deed het nog minder goed als je de lagere dollar en de lagere dividenden verrekent.

Sinds het dieptepunt van maart 2009 blijft het gros van het herstel echter ruim overeind, want tot voor de huidige terugval verdubbelden de aandelenbeurzen zowat.

Maar dat tempert de hoogtevrees vandaag uiteraard niet. Er zijn grote twijfels over de economische groei. Vooral de Amerikaanse economie valt tegen. Ook Ben Bernanke sprak dat als voorzitter van de Amerikaanse Centrale Bank dinsdag niet tegen. In een toespraak verweerde hij zich wel tegen de kritiek dat hij met zijn extreem soepele geldbeleid (het massaal opkopen van staatsobligaties) een oorzaak is van de bijzonder hoge olieprijs.

Bernanke verklaarde ook dat het monetaire beleid geen wondermiddel is, waarmee hij het pessimisme nog voort voedde: hij gaf zo impliciet toe dat de Amerikaanse economie fundamentele problemen heeft. Dat Bernanke beterschap voorspelt voor de tweede jaarhelft, was niet meer dan een doekje voor het bloeden. Bovendien begrepen beleggers dat alles als een signaal dat de Amerikaanse centrale bank het inkopen van staatsobligaties niet zal voortzetten.

Terwijl heel wat beleggers wel weten dat het geldbeleid inderdaad geen wondermiddel is voor de economie, beseffen ze dat de extra liquiditeiten de koersen van de beursgenoteerde financiële activa (aandelen, obligaties, grondstoffen) wel flink hoger hebben geduwd. De vrees voor een zwakkere beursperiode als QE2 eind deze maand eindigt, valt dus perfect te begrijpen. Zelfs de goudprijs, die normaal goed garen spint bij onzekerheid en de absolute sterkhouder was tijdens de jongste tien jaar, moest deze week (een beetje) terrein prijsgeven.

Het is vrijwel zeker dat de hoge olieprijs de economische groei heeft afgeremd. Normaal zou de olieprijs nu dus opnieuw moeten dalen, precies door de lagere economische groeiverwachtingen. Maar een aantal gebeurtenissen belette dat en voerde de angst voor een ernstige groeivertraging nog op. Ze raakte de Opec het er deze week niet over eens de productie te verhogen. Algerije, Venezuela en Iran lagen dwars. Daardoor steeg de olieprijs zelfs opnieuw. Gelukkig viel de prijs vrijdag fors terug omdat Saudi-Arabië toch van plan zou zijn meer te produceren. Specialisten merkten op dat de meeste Opec-landen al meer produceren dan de officiële quota en dat Saudi-Arabië sowieso een van de enige is die echt meer vaten olie kan bovenhalen.

Ondertussen blijft Europa gegijzeld door het touwtrekken over Griekenland. Ondanks een globaal positieve economie blijft ook Europa zo een huis van wantrouwen.