Damien Hirst, gehaaid kunstenaar

De afgelopen 25 jaar is Damien Hirst uitgegroeid van een Young British Artist tot een internationale merknaam – én de rijkste nog levende kunstenaar. Tate Modern wijdt een overzichtsexpo aan de enige échte erfgenaam van Andy Warhol.
Damien Hirst, gehaaid kunstenaar





Achter een elegante deur in een dure straat in Londen heeft Damien Hirst, een van de grootste kunstenaars ter wereld, zich omringd met schatten. Op een rek staat een Electric chair van Andy Warhol, boven de schoorsteen hangt een belangrijke Francis Bacon, vlakbij prijkt een stuk van Jeff Koons. Zo hoort dat: Hirst is stinkend rijk en dit zijn zijn helden. Maar het verrassende is dat hij niets doet wat je van hem verwacht: hij houdt zijn broek aan, laat geen winden, vloekt niet (er valt weleens een onvertogen woord, maar in Leeds, waar hij is opgegroeid, praten de dominees ruiger). Hij geeft me niet eens een kopstoot. Hij is wel van kop tot teen in het zwart gekleed en heeft schedelringen aan zijn vingers, maar in Londen is dat het verplichte uniform van platenproducers en restaurateurs. De tijd dat de Britse roddelpers zijn hart kon ophalen aan Hirsts schoftenstreken is voorbij. Hirst de hufter is niet meer.



‘Ik sta al vijf jaar droog en ik voel me fantastisch', zegt Hirst, terwijl hij terugdenkt aan zijn wilde tijd in de jaren negentig. ‘Een heleboel dingen die ik toen geweldig vond, lijken nu dwaas en vergankelijk.' Hij zegt het rustig en bedachtzaam, in zijn Londense kantoor – hij woont met zijn gezin in het verre Devon en zijn studio's, met bijna tweehonderd medewerkers, zijn over heel het zuiden van Engeland verspreid.



Popart



‘Ik ben 47 en ze noemen me nog altijd een enfant terrible', klaagt Hirst. Hij heeft drie zonen (16, 11 en 6 jaar) met de vrouw bij wie hij al sinds 1981 is. Afgezien van wat grijze haren lijkt de middelbare leeftijd nog een eind weg, behalve dan dat Hirst nu ingestemd heeft met iets dat zijn jongere ik altijd had geweigerd: een retrospectieve in de eerbiedwaardige Tate Gallery in Londen. ‘Over mijn lijk, ik exposeer nooit in Tate', zei hij lang geleden tegen zijn vriend David Bowie. ‘Dat is voor dode kunstenaars.'



Een van die dode kunstenaars is in Hirst verrezen. Met zijn grote invloed op de popcultuur en zijn enorme marktaandeel lijkt hij de enige echte erfgenaam van Andy Warhol – en van de baanbrekende manier waarop Warhol ‘kunst, kunstenaar en prijskaartje tot een enkel maatschappelijke sculptuur versmolt', zoals de Amerikaanse schrijver Jack Bankowsky het verwoordde. Als een van de samenstellers van Pop life , een tentoonstelling in het Tate Museum, beweerde Bankowsky dat Warhol al in de jaren 1960 de sprong gemaakt had van de standaardpopart, die alleen maar onze vercommercialiseerde cultuur illustreerde, naar een nieuw soort kunst dat marketing en kopen en verkopen opnam in het kunstwerk zelf. In die zin was Warhol een amateur in vergelijking met Hirst – en Hirst staat op het hoogtepunt van zijn roem.



Dat kan absurd lijken, want de werken die Hirst vandaag produceert, zijn grotendeels variaties op objecten die hij twintig jaar geleden bedacht. In 1992 had hij zijn beroemde haai en schapen in formol ...

Nog geen abonnee?
Abonneer voordelig om verder te lezen

Lees dS Avond, de digitale krant en Archief+.

Ja, ik neem een proefabonnement

Bekijk onze formules >
Neem een dagkaart >

Reeds abonnee?

Nog niet geregistreerd?

Registreer