De advocaten van Jo Lernout, met voorop de wat kleurrijke Luc Gheysens, benadrukken dat Jo Lernout de man van de technologie was.

De boekhoudkundige aspecten waren het domein van Pol Hauspie, Nico Willaert, het advocatenkantoor LCV en auditkantoor KPMG. Gheysens stelt dat het bedrijf gered had kunnen worden maar dat het crisismanagement gefaald heeft.

Artesia (Dexia) kende de spelregels van de Amerikaanse beurswaakhond SEC en 'eigende zich een actieve rol toe om op creatieve wijze financieringen af te sluiten met L&H'.

Lernout had er alle vertrouwen in dat Artesia en L&H hem behoorlijk zouden adviseren. Hijzelf kwam in de financiering niet tussenbeide. Hauspie en Willaert zorgden voor die aspecten.

Dat de stichters tussenbeide kwamen in de financiering van de LDC's (nevenbedrijven, red.) maakt de geboekte omzet niet ongeoorloofd, stelt de verdediging. Het had enkel as such vermeld moeten worden. Had het publiek de rol van de stichters gekend, dan zou dat enkel het aandeel hoger gestuwd hebben, klinkt het. L&H moest als Belgisch bedrijf tenslotte de Belgische boekhoudprincipes naleven, en niet de Amerikaanse. En zelfs als men die toepast, staan ze omzeterkenning niet in de weg. Gheyssens schiet ook met scherp op het OM, dat hij verwijt intellectueel oneerlijk te zijn.



Pol Hauspie: uit de cel blijven via schuldbekentenis?

Hauspie neemt een gok. Hij bekent grotendeels schuld behalve inzake witwassen (zaak Katchatourian), misbruik van vennootschapsgoederen en sabotage van KPMG. Voor de rest sluit hij zich kritiekloos aan bij het OM. De fraude zit volgens Hauspie in het 'onorthodox en derhalve onrechtmatig' gebruik van een 'oorspronkelijk goed bedoeld franchisesysteem, verkeerd aangewend in functie van vooropgestelde kwartaalomzetten'.



Gaston Bastiaens: brutale zweep minimaliseert eigen rol

Bastiaens was de superambitieuze manager die met de zweep L&H vooruit joeg en constant druk op de organisatie zette om de kwartaalresultaten te halen. Hij was ook de man achter de Koreaanse expansie. Op het proces stapt hij in de gedaante van het onschuldige lam. Hij neemt ook fysiek in de rechtzaal bewust afstand van het voorgaande trio, wat het beeld moet ophangen dat hij geen deel uitmaakte van de inner circle. Hij stelt dat hij enkel bezig was met het aansturen van de divisies, de LDC's waren het werkterrein van anderen. Hij zou voorts in Korea nooit enige instructie hebben gegeven tot factoring met verhaal (valse omzetcreatie) en hij was de zondebok die de Koreanen zochten. Hij is ook kritisch tegenover Artesia (Dexia). Het trio stond in contact met die bank en Artesia liet na onregelmatigheden te melden aan L&H en KPMG, heet het. Hij is zeer hard voor het OM dat niet geïnteresseerd was in belangrijke getuigen à decharge en dat zich baseert op de onbetrouwbare verklaringen van Hauspie. Doordat de Koreaanse fraude maar zijdelings werd aangeraakt, is de verdedigingsstrategie van Bastiaens nog niet zo gek bedacht.



Nico Willaert: lichte variant op Hauspie-strategie

Willaert doet net zoals Hauspie een knieval voor het gerecht via een gedeeltelijke schuldbekentenis. Ze zijn de enigen. Hij stelt zich wel vragen bij het vervolgingsbeleid. Waarom werden Cloet, Van Deun en Vanderwindt (allen financiers van L&H en/of nevenbedrijven) met rust gelaten? Hij bekent het probleem van valse omzeterkenning in de boekhouding van 1998 en 1999. Het systeem ontspoorde volgens hem pas eind 1999, als gevolg van de druk die Artesia (Dexia) uitoefende om het persoonlijk krediet uit haar boeken te krijgen. Over de kredietcarrousel rond Bastiaens zegt hij dat Banque Artesia Nederland (BAN) en Artesia de verantwoordelijken zijn. BAN wordt niet vervolgd, dus moet ook Willaert hier vrijuit gaan, luidt de redenering. Willaert hoopt via dit argument uit de nor te blijven. Hij geeft toe dat hij samen met Hauspie KPMG in Korea om de tuin heeft geleid. Maar die laatste was zeer tolerant en leverde zelfs 'hand- en spandiensten'.



Carl Dammekens: L&H groeide hem over het hoofd

Carl Dammekens was verantwoordelijk voor de boekhouding. Hij begon bij L&H toen het bedrijf nog maar een handvol medewerkers telde. De organisatie zou hem boven het hoofd groeien. Doordat zijn handtekening op tal van documenten prijkt, staat hij bloot aan een hele reeks beschuldigingen en dreigt hij juridisch één van de zwaarste facturen van alle beschuldigden gepresenteerd te krijgen. Volgens Dammekens was KPMG de feitelijke financiële directeur, omdat KPMG voortdurend werd geraadpleegd en niets geboekt werd zonder groen licht van die kant. Heikele discussies gebeurden tussen de top van L&H en KPMG. Hij was naar eigen zeggen niet op de hoogte van de Koreaanse fraude.

www.standaard.biz/lenh