Minister voor Ondernemen Vincent Van Quickenborne is een nieuw type consumentenregeling aan het uitwerken, om tot snelle oplossingen te komen bij groepsschade.

Van onze redacteur



Bij groepsschade zoals pakweg bij Fortis moeten de gedupeerden nu elk afzonderlijk naar de rechter stappen, zonder dat anderen zomaar op een gelijke uitspraak kunnen rekenen. Dat leidt tot toestanden zoals in de zaak-Lernout & Hauspie, waar 15.000 burgerlijke partijen met 500 advocaten zich over 13.000 pagina's papier buigen. Er moet een aparte zaal voor gehuurd worden. 'Dit is pure kafka', vindt Van Quickenborne. 'Dit legt een veel te groot beslag op Justitie, terwijl niemand weet wanneer ook maar iemand een schadevergoeding zal krijgen in deze zaak. Wel lopen de advocatenkosten voor de slachtoffers op.'

De consumentenregeling waarmee Van Quickenborne (Open VLD) op de proppen komt, is op zijn minst opmerkelijk: in het regeerakkoord is er al sprake van om groepsvorderingen mogelijk te maken. Organisaties als Test-Aankoop en Deminor, dat minderheidsaandeelhouders verenigt, pleiten er al langer voor. Minister voor Consumentenzaken Paul Magnette (PS) is al maanden bezig met een regeling. 'We zitten nog in de studiefase', zei ook gisteren een woordvoerder van de minister hierover. Van Quickenborne lijkt hem in snelheid te dribbelen, door nu wel met een concreet voorstel op tafel te komen. Volgens de minister begint een interkabinettenwerkgroep volgende week aan de uitwerking van een regeringsvoorstel.

Van Quickenborne ziet wel iets in het Nederlandse systeem van de 'collectieve schikking'. Zelf spreekt hij liever van een consumentenregeling. De essentie ervan is dat een vergelijk gezocht wordt tussen de consumenten en het betrokken bedrijf. Dat wordt dan bekrachtigd door een rechtbank, die nagaat of de toegekende vergoedingen wel redelijk zijn, en die ze bekrachtigt voor alle getroffenen. De betrokkenen kunnen daarna elk voor zich bepalen of ze de regeling aanvaarden of dan toch zoals nu naar de rechtbank stappen.

De Nederlandse advocaat Allard Huizing van het bureau Greenberg Traurig adviseert Van Quickenborne. 'In Nederland trad het systeem in 2005 in werking, met al de eerste resultaten.' Het eerste geval was dat van de zogenaamde 'DES'-dochters: die hadden een aantal medische problemen, zoals een baarmoederhalsvernauwing doordat hun moeder een bepaald geneesmiddel innam. Een gelijkaardige schikking werd getroffen in een zaak met Dexia: een Nederlands onderdeel daarvan had aandelen verkocht via een leasingsysteem, zonder de klanten op de risico's te wijzen. Toen de beurskoersen instortten, raakten leningen niet afbetaald. Uiteindelijk schold Dexia voor 1miljard aan schulden kwijt.