Topbankiers sneuvelen bij bosjes, maar voor België was het ontslag van Jean-Paul Votron een primeur. De aandacht verschuift nu naar Axel Miller, die de beurskoers van Dexia nog dieper zag wegzakken dan die van Fortis. Maar Miller is Votron niet.

Banken

Van onze redacteur



Ze konden er niet zo lang geleden nog mee lachen, de Belgische topbankiers, met de kredietcrisis. Of we de nieuwe betekenis van de afkorting 'ceo' al kenden, vroeg KBC-baas André Bergen ons met pretoogjes. 'Chief Ejectable Officer', grinnikte hij, toen we het antwoord daarop schuldig bleven.

Bergen voelde de bui toen al hangen. In de voorgaande maanden had de kredietcrisis al enkele topbankiers in Wall Street hun baan gekost, met als bekendste namen Charles Prince bij Citigroup en Stanley O'Neal van Merrill Lynch. Het leek gewoon een kwestie van tijd vooraleer ook een Belgisch topbankier onder druk kwam te staan. En wat is er beter dan wat zwarte humor om dat doembeeld van zich af te schudden?

Maar ondertussen ging de bijltjeskermis onder de topbankiers onverminderd door. Het vertrek van Jean-Paul Votron bij Fortis, vorige vrijdag, was al minstens het achtste geruchtmakende ontslag sinds het ontstaan van de kredietcrisis. En met de Fransman George Gauget, die mogelijk vandaag al ontslag neemt als topman van Crédit Agricole, dient zich de nummer negen al aan.

Maar belangrijker nog is dat met Votron voor het eerst ook een Belgische topbankier geslachtofferd wordt. Waardoor zich de vraag opdringt of er in eigen land straks nog meer topbankiers zullen sneuvelen.

En hoewel niemand een glazen bol heeft, is het nu al duidelijk dat niet KBC-baas André Bergen de volgende topman in de rij zou kunnen zijn die moet vertrekken, maar wel Dexia-topman Axel Miller. Het aandeel Dexia (-50,4 procent) heeft dit jaar immers nog een grotere klap gekregen dan dat van Fortis (-47 procent), waaruit je gemakkelijkheidshalve zou kunnen concluderen dat de positie van Miller bij Dexia minstens even beschadigd moet zijn als die van Votron bij Fortis.

Maar dat is niet het geval, want Miller is Votron niet. Sterker nog, terwijl beleggers moord en brand schreeuwden over Fortis, bleef het bij Dexia relatief rustig. En hoewel men dat bij Fortis ongetwijfeld onrechtvaardig vindt, zijn er daarvoor een aantal verklaringen te vinden.

Een eerste verklaring heeft te maken met de probleemdossiers bij beide banken. De spectaculaire koersdaling van het aandeel Dexia is zowat uitsluitend een gevolg van de problemen bij de Amerikaanse dochter FSA, die kwartaal na kwartaal moet afwaarderen op de relatief kleine, maar voor de buitenwereld erg ondoorzichtige portefeuille met hypotheekgerelateerde effecten en andere geëffectiseerde producten.

En laat FSA nu net een overname zijn waarvoor Miller helemaal niet verantwoordelijk gesteld kan worden, wat van de aankoop van ABN Amro door Votron niet gezegd kan worden. Het is huidig Dexia-voorzitter Pierre Richard die in 2000 de aankoop van de Amerikaanse obligatieverzekeraar FSA doordrukte. Miller erfde het dossier gewoon bij zijn aantreden, begin 2006.

Een ander duidelijk verschil is de aandeelhoudersstructuur. Dexia is voor bijna 54 procent in handen van stabiele Franse en Belgische aandeelhouders. Zolang zij Miller en bloc blijven steunen - wat zij voorlopig lijken te doen - hoeft hij zich weinig zorgen te maken. Bij Fortis, dat een versnipperd aandeelhouderschap heeft, is het veel minder duidelijk wat de meerderheid van de aandeelhouders wil en is de macht van de bestuursvoorzitter, in casu Maurice Lippens, veel groter. En blijkbaar had Votron het vertrouwen van Lippens & co verloren.

Maar het belangrijkste verschil zit hem in de communicatie. In tegenstelling tot Fortis kan Dexia geen (ernstige) communicatiefouten of loze beloftes aangewreven worden. Althans, voorlopig niet. Want Miller verzekerde de beleggers onlangs nog dat er op korte termijn bij Dexia geen kapitaalverhoging komt en dat er niet aan het dividend geraakt wordt.

Als dat maar goed komt.