NEW YORK - Drie aanhangers van Osama bin Laden zijn vandaag door een rechtbank in New York veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf zonder het vooruitzicht op vervroegde vrijlating. De drie stonden terecht op verdenking van betrokkenheid bij de aanslagen op twee Amerikaanse ambassades in Oost-Afrika, op vrijwel hetzelfde moment in de zomer van 1998. Tegen een vierde verdachte is nog geen uitspraak gedaan.

De 28-jarige Tanzaniaan Khalfan Khamis Mohamed werd schuldig bevonden aan directe betrokkenheid bij de aanslag op de ambassade in Tanzania. Hij had tot de doodstraf veroordeeld kunnen worden, maar daarover kon de jury het niet eens worden. Datzelfde gold ook voor de tweede die werd veroordeeld, de 24-jarige Saudiër Mohamed Rashed Al-'Owhali, die eveneens terecht stond op verdenking van directe betrokkenheid. Hij zou een met explosieven volgeladen voertuig naar het ambassadegebouw in Kenia hebben gereden en een granaat hebben gegooid naar een bewaker. De derde die tot levenslang werd veroordeeld, de Jordaniër Mohamed Sadeek Odeh (36), was aangeklaagd op verdenking van samenzwering. In het proces verklaarde Odeh dat de Verenigde Staten de aanslagen zelf hadden uitgelokt.

De drie mannen zijn ook veroordeeld tot het betalen van 33 miljoen dollar schadevergoeding elk. Zeven miljoen daarvan is bestemd voor de nabestaanden van de twee aanslagen, De rest van het geld is voor de Amerikaanse regering. Via zijn advocaat liet Mohamed weten dankbaar te zijn dat de jury hem de doodstraf bespaarde.

De uitspraak tegen de vierde verdachte, de in Libanon geboren Amerikaan Wadih El-Hage (41), volgt later vandaag. Anders dan zijn medeverdachten wenste hij voor de zwaar beveiligde rechtbank in Lower Manhattan -- niet ver van 'ground zero' -- een verklaring van een half uur af te leggen.

Bij de aanslagen op 7 augustus 1998 kwamen 231 mensen om het leven, onder wie twaalf Amerikanen. Tot 11 september, toen een bloedige, gecoördineerde terreuraanval het World Trade Center in New York en het Pentagon in Washington trof, was er nauwelijks belangstelling voor de rechtszaak.