GENT - Het hof van Beroep in Gent heeft vanmiddag geen gerechtelijk akkoord toegekend aan het Ieperse spraaktechnologiebedrijf L&H. Volgens het Hof kan het niet dat er een gedifferentieerde behandeling van de schuldeisers is. L&H kreeg voor de handelsrechtbank in Ieper eerder wel een gerechtelijk akkoord maar ging in beroep tegen de te strikte randvoorwaarden.
Het hof van beroep in Gent heeft in de motivering van zijn arrest bepaald dat aangezien er geen definitief bindend bod is, er ook geen zekerheid is dat de kernactiviteit van het bedrijf zal worden overgenomen. Bovendien merkte het hof op dat L&H afgelopen week zelf erkende dat de tewerkstelling na overname niet meer dan een 40 à 50-tal personen zal bedragen in plaats van de vooropgestelde 398, waarvan sprake in het herstelplan.

Net als de Ieperse handelsrechtbank merkte het hof op dat de kosten voor herstructurering te hoog oplopen en dat er nog altijd een aanzienlijk verlies in de gewone bedrijfsvoering wordt geboekt.

Aangezien er geen kans op herstel is, maar het herstelplan aanstuurt op liquidatie, is een gedifferentieerde behandeling van de schuldeisers dan ook onwettelijk, aldus voorzitter Debucquoy.

Met de uitspraak is het einde voor het Ieperse spraaktechnologiebedrijf meteen zeer dichtbij. Door de verwerping van de definitieve opschorting heeft het bedrijf immers geen bescherming meer tegen zijn schuldeisers. De top beraadt zich momenteel over wat te doen.