BRUSSEL - Michel Demaret (PSC) werd geboren in Ukkel op 18 januari 1940 in een gezin met vier kinderen. Hij kreeg een katholieke opvoeding. Na zijn moderne humaniora was hij adjunct-inspecteur bij het Nationaal Pensioenfonds voor Loontrekkenden en bestuurssecretaris bij de Franse Cultuurcommissie van de Brusselse Agglomeratie.

Voorts werkte hij op de kabinetten van de ministers van Waalse aangelegenheden (Jean-Pierre Grafé) en cultuur (Jean-Pierre Grafé en Henri-François Van Aal). Hij was ook een tijdlang buitenwipper van de Brusselse dancing La Frégate...

Bij de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 1976 raakte hij met 1.309 voorkeurstemmen in de Brusselse gemeenteraad. Hij werd meteen schepen, de jongste en de eerste christendemocratische schepen van de hoofdstad sinds 1830.

De volgende gemeentelijke stembusgang, in oktober 1982, leverde 3.656 stemmen op achter zijn naam. Hij bleef schepen en zes jaar later trad hij met 4 921 voorkeurstemmen aan als eerste schepen.

In juni 1989 werd Demaret met 5.535 voorkeurstemmen lid van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad. Van september tot december 1991 en van november 1992 tot april 1993 verving hij de zieke Hervé Brouhon als dienstdoend burgemeester.

Na het overlijden van Brouhon in april 1993 werd Demaret door een meerderheid van raadsleden voorgedragen als burgemeester. Hij aanvaardde maar kondigde aan bij de volgende stembusgang plaats te zullen ruimen voor zijn partijgenoot, oud-premier Paul Vanden Boeynants.

Na zijn beediging in juli 1993, liet Demaret zich al snel opmerken door de Brusselse clochards op de korrel te nemen. Hij wou die uit het straatbeeld van de betere wijken weren door de rustbanken te slopen... Tussendoor viel ,,Marollien Demaret'' de eer te beurt hoge gasten te ontvangen als het Japanse keizerspaar, de Russische president Boris Jeltsin en diens Franse en Amerikaanse collega's François Mitterrand en Bill Clinton.

In maart 1994 raakte Demaret politiek helemaal geïsoleerd na een interview in ,,Le Soir Illustré'' waarin hij uithaalde naar de advocatuur, de magistratuur en de paus. Hij zei ook geen probleem te hebben met fiscale fraude en al benaderd te zijn met smeergeld.

Demaret werd persona non grata verklaard en mocht niet meer op de christendemocratische lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen staan. Daarop kondigde hij de vorming van een scheurlijst aan.

Demaret speelde al zijn bevoegdheden kwijt en nam op 24 maart ontslag. Binnenlandse zaken startte een administratief onderzoek wegens mogelijk wangedrag en de minister van justitie maakte bekend dat er een gerechtelijk vooronderzoek liep tegen Demaret.

Als aanvoerder van de christendemocratische scheurlijst BSC-CVB rijfde Demaret bij de gemeenteraadsverkiezingen van oktober '94 wel 6.966 stemmen binnen, maar zijn formatie belandde in de oppositie en hij werd gewoon raadslid. De lijst werd geduwd door Vanden Boeynants die later ontslag nam uit de gemeenteraad.

In oktober jl. werd hij als kopman van de eigen lijst ,,Unie der Brusselaars'' opnieuw verkozen met 1200 voorkeurstemmen.

De jongste vijf jaar was Demaret het voorwerp van een gerechtelijk onderzoek wegens vermeende corruptie. In oktober van dit jaar werd hij door de onderzoeksrechter in verdenking gesteld wegens misbruik van vertrouwen en passieve corruptie. Het gerecht verdacht hem er van als gewezen burgemeester smeergeld te hebben opgestreken voor het ,,bijsturen'' van gewestplannen.