BRUSSEL - Bij de politieke discussie over snelheidslimieten, zou men kunnen denken dat het verschil tussen 70 en 90 km/uur een arbitraire kwestie is. Maar dat is niet zo; het verschil wordt bepaald door vier objectieve criteria: de dichtheid van de bebouwing, de aanwezigheid van fietspaden, het aantal obstakels langs de weg en het aantal ongevallen in de afgelopen drie jaar. Op basis daarvan oordeelt de wegbeheerder - gemeente, provincie of gewest - hoe snel er mag gereden worden.
Op dit moment is de regel 90 km/uur buiten de bebouwde kom en 50 km/uur in de bebouwde kom. Maximumsnelheden als 30 of 70 per uur zijn eerder een uitzondering. Als een gemeente bijvoorbeeld een zone 30 wil inrichten, omdat er in de buurt een school is, kan ze dat aanvragen. Het ministerie van Verkeer oordeelt dan geval per geval of het aangewezen is om de snelheid te beperken.

De laatste maanden draaide de politieke discussie echter vooral om het verschil tussen 70 en 90 km/uur. Ook al is 90 km/uur op dit moment de regel, toch is het in de praktijk al vaak zo dat er op de Vlaamse wegen slechts 70 mag gereden worden. Om die snelheidsbeperking in te voeren, baseert de Vlaamse administratie zich op vier criteria, legt Philip Vaneerdewegh uit. Hij is stedenbouwkundige en adviseur bij het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid (BIVV). Als de weg aan slechts één van de vier criteria voldoet, kan de snelheid van 90 naar 70 gebracht worden.

,,Het eerste criterium is de dichtheid van de bebouwing langs de weg. Meer huizen betekent meer bewoners, en dus is het risico op ongevallen met voetgangers of fietsers natuurlijk groter dan op een verlaten weg. Een ander criterium is de aanwezigheid van fietspaden langs de weg. Als die bijvoorbeeld onvoldoende afgeschermd zijn, kan men de snelheid van de wagens laten dalen naar 70 km/uur'', legt Vaneerdewegh uit.

Een derde maatstaf is het aantal vaste obstakels langs de rand van de weg. ,,Het gaat hier vooral om bomen, lantaarnpalen of brugpijlers. Als er een ongeval gebeurt, is de kans op een dodelijke afloop op dat soort wegen natuurlijk groter. Dat is meteen ook het vierde criterium, de onveiligheid. Het aantal ongevallen wordt gemeten en ook hoe zwaar dat ongeval wel was. Een ongeval met enkel stoffelijke schade weegt vanzelfsprekend minder zwaar door dan een ongeval met doden'', legt Vaneerdewegh uit.