JERUZALEM -- De Israëlische premier Ariel Sharon is niet van plan af te treden, nu hij mogelijk vervolgd zal worden voor het aannemen van smeergeld. Dat heeft hij vandaag gezegd.
Justitie zal de komende weken of maanden beslissen of Sharon wordt vervolgd omdat hij eind jaren '90, toen hij minister van Buitenlandse Zaken was, omgerekend bijna 550.000 euro aan steekpenningen zou hebben aangenomen van een projectontwikkelaar, David Appel. Appel, die Sharon het geld zou hebben gegeven om een ambitieus vastgoedproject in Griekenland te kunnen realiseren, is gisteren in staat van beschuldiging gesteld.

,,Ik sta niet op het punt af te treden. Ik benadruk: ik sta niet op het punt af te treden. Ik werk van 's morgens vroeg tot 's avonds laat en ik ben niet van plan tijd vrij te maken voor zaken die worden onderzocht'', zei Sharon volgens de krant Yediot Ahronot .

Volgens een opiniepeiling vindt 49 procent van de Israëliërs dat Sharon direct moet aftreden of zijn functie tijdelijk neerleggen; 38 procent vindt dat hij mag aanblijven. Leden van de oppositie hebben aangedrongen op het aftreden van Sharon en in zijn partij, Likud, lijkt elk moment een strijd te kunnen losbarsten om zijn opvolging.

Sharon kan alleen worden vervolgd als het Openbaar Ministerie meent dat Sharon zich welbewust heeft laten omkopen en dus wist dat hij een strafbaar feit pleegde. Moshe Negbi, juridisch medewerker van de Israëlische legerradio, noemde het gisteren onwaarschijnlijk dat Sharon niet heeft geweten waarom hij het geld kreeg. Als Sharon wordt vervolgd moet hij in elk geval zolang de zaak tegen hem loopt zijn functie neerleggen.