BRUSSEL - Verschillende ministers uit de regering-Gaston Eyskens dragen een 'morele verantwoordelijkheid' voor de omstandigheden die hebben geleid tot de moord op de gewezen Congolese premier Patrice Lumumba. Dat heeft de Lumumba-commissie vandaag in haar conclusies vastgesteld.
De parlementaire onderzoekscommissie heeft vandaag haar politieke conclusies goedgekeurd. Volgens de commissie is Lumumba door de toenmalige Congolese autoriteiten naar Katanga gebracht. Ze kregen daarvoor steun van het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken en van Afrikaanse Zaken.

Van enig Belgisch bevel om Lumumba te vermoorden, is geen bewijs. Toch concludeert de commissie dat enkele leden van de toenmalige Belgische regering en sommige landgenoten een 'morele verantwoordelijkheid' dragen voor de omstandigheden die hebben geleid tot de moord op de gewezen Congolese premier. In dat verband worden toenmalig minister van Afrikaanse Zaken Harold d'Aspremont Lynden en verschillende van zijn medewerkers met name genoemd.

De commissie meent dat "het duidelijk is dat de regering zich niet bekommerd heeft om de fysische integriteit van Lumumba". Ook is ze van oordeel dat de regering "een onverantwoordelijke houding heeft aangenomen door tegenover de publieke opinie leugens te verspreiden", nadat ze op de hoogte werd gesteld van de moord op Lumumba op 17 januari 1961.

De commissie constateert ook dat de Koning zijn constitutionele bevoegdheden in het dossier te buiten is gegaan. De parlementaire onderzoekscommissie vraagt de regering kennis te nemen van deze besluiten, vaststellingen en aanbevelingen en er de nodige gevolgen aan te geven.