BRUSSEL -- Een arrestatieteam heeft zaterdagmiddag in Rotterdam twee mannen aangehouden op verdenking van de moord op de Servische premier Zoran Djindjic. Eén van de verdachten zou de locatie van de sluipschutter hebben uitgekozen. Ook zou hij het moordwapen hebben begraven.
De verdachten zijn twee Servische broers, de 28-jarige S.K. en de 25-jarige N.K. Ze verbleven al ,,enkele maanden'' in Nederland. Ze zijn opgesloten in afwachting van het uitleveringsverzoek door de autoriteiten in Belgrado.

De mannen werden aangehouden na een internationaal opsporingsbevel van Interpol. Volgens De Bruin werd via afgetapte telefoongesprekken in Belgrado ontdekt dat de mannen zich in Nederland bevonden. Na hun arrestatie in Rotterdam werd S.K. geïdentificeerd. Naar de identiteit van de tweede arrestant, vermoedelijk N.K., wordt nog onderzoek verricht.

De broers K. zouden lid zijn van de zogeheten Zemun-bende, die betrokken was bij drugshandel, ontvoering en meer dan 50 moorden. Deze bende zou ook Djindjic hebben vermoord. ,,De locatie voor de schutter is vermoedelijk uitgekozen door N.K. die ook het moordwapen zou hebben begraven op een bouwterrein'', zo meldt het landelijk parket in een persbericht.

Djindjic werd op 12 maart in Belgrado door een sluipschutter doodgeschoten toen hij het regeringsgebouw binnenging. Volgens de Servische autoriteiten zijn 44 verdachten betrokken bij de moord op Djindjic. Twaalf verdachten zijn voortvluchtig.

De moord op Djindjic was een klap voor Servië dat de eerste democratisch gekozen leider in 50 jaar verloor. Djindjic was de leider van de opstand die leidde tot het vertrek van voormalig president Slobodan Milosevic in 2000.