SAN FRANCISCO - De oliemaatschappij Exxon hoeft de miljardenboete, opgelegd na de milieuramp veroorzaakt door de tanker 'Exxon Valdez', niet te betalen. Dat heeft een Amerikaanse rechtbank in hoger beroep gisteren beslist. De boete van vijf miljard dollar (5,6 miljard euro of 226 miljard frank) is ,,overdreven'', aldus de rechtbank. De rechtbank in Alaska moet nu een lagere boete opleggen.
De olietanker liep op 24 maart 1989 voor de haven Valdez in Alaska aan de grond. Hierbij kwam zo'n 42.000 ton ruwe olie in de Prince William-baai terecht. Het was de grootste milieuramp uit de Amerikaanse geschiedenis. Ongeveer 580.000 zeevogels stierven door de olievervuiling.

Veroordeling

In 1994 veroordeelde een rechtbank in Alaska Exxon tot het betalen van de miljardenboete aan 35.000 vissers, Indianen en werknemers van de visindustrie. Het oliebedrijf ging in beroep tegen de uitspraak. Na de ramp betaalde Exxon meer dan twee miljard dollar voor de reiniging van de baai en 300 miljoen dollar schadevergoeding aan de vissers.

Het ecosysteem rond de Prince William-baai, één van de waardevolste fauna-gebieden in Noord-Amerika, herstelt zich langzaam van de olievervuiling. De haring-en zalmbestanden waren voor jaren vernietigd en de mosselbanken, voedselbron voor vele diersoorten, blijven voor lange tijd vervuild.

In de jaren negentig werden er beschermde natuurgebieden ingericht, om de dier-en plantensoorten in de regio te laten herstellen. De natuurgebieden omvatten 263.000 hectaren en bijna 2.000 kilometer kust.