WASHINGTON - Het Amerikaanse ministerie van Financiën gaat voormalig AP-journalist Terry Anderson en andere Amerikanen die slachtoffer van terrorisme werden een compensatie uitkeren die eigenlijk door Iran betaald had moeten worden. Dat heeft het Witte Huis bekend gemaakt.
President Bill Clinton zal naar verwachting binnenkort instemmen met een compensatiewet die al door het Congres is goedgekeurd. De wet compenseert een kleine groep slachtoffers en draagt de Amerikaanse regering op het geld via het internationaal gerechtshof of onderhandelingen bij Iran terug te halen.

Via de wet krijgt de regering ook het recht bevroren Cubaanse tegoeden te gebruiken voor het betalen van compensatie aan families van de in 1996 voor Cuba neergeschoten Amerikaanse piloten. De nabestaanden hebben recht op zo'n 49 miljoen dollar plus rente.

Door aanname van de wet kunnen gelden uitbetaald worden die zijn toegekend onder een wet uit 1996 waarmee Amerikanen compensatie kunnen eisen van landen die door de regering aangemerkt worden als terreurstaten of landen die terreur steunen.

Naast rechtszaken tegen Iran zijn er klachten ingediend tegen Irak wegens het gebruiken van mensen als schilden tijdens de Golfoorlog van 1990/91 en tegen Libie wegens de bomaanslag op PanAm-vlucht 103 in 1988.

Van de 400 miljoen dollar beschikbaar voor slachtoffers van Iraans terrorisme, krijgen acht gezinnen die al rechtszaken hebben gewonnen samen 213 miljoen dollar plus rente.

Onder de mensen die van de regeling profiteren is Terry Anderson, een voormalige correspondent in het Midden-Oosten van het persbureau The Associated Press, die meer dan zeven jaar werd vastgehouden in Libanon. Samen met zijn gezin ontvangt hij 41,2 miljoen dollar.

Voor het in Den Haag gevestigde Iran-VS Claimstribunaal wordt nog een juridisch gevecht geleverd om 400 miljoen dollar. Dat bedrag mag het ministerie van financien nu al aan de slachtoffers uitkeren terwijl de juridische strijd om de gelden gewoon doorgaat.