Christ De Crop (59) hangt vandaag, na een politieloopbaan van ruim 32 jaar, zijn kepie aan de haak. Daarmee vertrekt weer een van die monumenten uit het Eeklose korps, een van die agenten bij wie je dag en nacht mocht aankloppen. Christ De Crop, gestart als agent met dienstnummer dertien, blikt tevreden terug maar stelt tegelijkertijd vast dat de politiemensen vroeger dichter bij de Eeklonaars stonden. ,,Uiteindelijk zal men toch naar een herwaardering van de wijkagent moeten terugkeren'', voorspelt De Crop.

  • Hoe belandt een meubelmaker bij de politie?
  • Christ De Crop (lacht): ,,Ik startte inderdaad als beeldhouwer bij meubelfabriek Bruggeman-Goethals in de Kroonstraat, maar ik stelde vast dat daar weinig toekomst was. Ik was pas getrouwd, had net gebouwd en zocht een vaste boterham. Bij mijn ouders, in De Kring in de Kaaistraat, zag ik dagelijks de ordediensten want het was er de rijkswachtkantine. Toch koos ik voor de politie, zo kon ik in Eeklo blijven. Ik ben gestart met Christiaan De Visscher en Willy Blomme.''

  • U was agent met dienstnummer dertien?
  • ,,Inderdaad en daar is een verhaal aan vast: we moesten eens een vrouw colloqueren naar Gent en bij het overbrengen, zag ze het dienstnummer op mijn kraag. 'Agent dertien, gij moet eraan!' schreeuwde ze. Een tijdje later en nog vele keren nadien, kwam ze te pas en te onpas op het politiebureau op zoek naar nummer dertien. Ik heb uiteindelijk de commissaris kunnen overtuigen om de dienstnummers van de kragen te halen, zodat ik die stalkster avant la lettre kon afschudden.''

  • Dat politiebureau was toen nog in het stadhuis?
  • ,,We zaten inderdaad op de Markt en draaiden met negen rolagenten een 24 uur-permanentie! Als je dat nu vertelt, geloven ze je niet. Dat was bovendien in het pre-computertijdperk, wat bij speuropdrachten soms onbegonnen werk was. Maar met Christ De Visscher dokterde ik een kaartensysteem uit waarmee we verdachte, geseinde auto's snel konden terugvinden. Ze zijn zelfs van Gent naar onze fichen komen kijken. Ik vormde een vast team met Etienne Van De Velde en Gilbert Hermie. Commissaris Vanderbruggen noemde ons de hervormers, omdat we in onze nachtdienst af en toe het interieur herschikten.''

  • U bracht het tot hoofdinspecteur?
  • ,,In 1982 werd ik tot inspecteur benoemd, in opvolging van Valeer Lammertijn. Vijf jaar later werd ik, bij het vertrek van Marcel Roegiers, hoofdinspecteur. Ik was altijd bereikbaar voor mensen in nood, ze kwamen zelfs bij me thuis aanbellen. Als je politieagent bent, tellen geen uren. Eens agent, altijd agent. Die ingesteldheid mis ik bij de jongere generatie. Zeg nu zelf: hoeveel komen er nog in uniform naar het werk?''

  • Weet u hoe u voortaan de dagen zult vullen?
  • ,,Dat zal geen probleem zijn: ik ben lid van de VVV, zit in de redactie van het tijdschrift voor familiekunde De Eik en ben nog hulparchivaris. Ik werk bovendien aan de stamboom van mijn familie, waarvoor ik dringend naar Frankrijk moet, ben ook nog groenverantwoordelijke voor mijn wijk en ik blijf, op vraag van de stad, ceremoniemeester bij grote plechtigheden. Bovendien willen mijn vrouw Anny en ik wat meer op reis gaanb en er is ook nog kleinzoon Wout met wie ik vaker zal optrekken.''