Medailles, bloemen en allerlei geschenken bezegelden afgelopen weekend in het Oostenrijkse Obervellach de stilaan ondoofbare liefde tussen Dilbeek en dit Karinthisch bergdorpje. Van de alles verzwelgende watersnood elders in Oostenrijk, die de 102-koppige Dilbeekse delegatie tot voor de afreis enigszins beangstigde, was hier geen spat te merken. Hoge temperaturen brachten het zomergevoel in de viering van de dertig jaar jonge verbroedering tussen eertijds Schepdaal en Obervellach.

De toespraken langs beide zijden verzopen in een protocollaire opsomming van al wie in die dertig jaar de hand had in deze tweede langst lopende verbroedering in Karinthië. Mölschal, de 73-jarige burgemeester van Obervellach, al paraat sinds de eerste Schepdaalse invasie in 1972, haalde op het gemeenteplein de vele pieken in de verbroederingen weer voor de geest. Ere-burgemeester Jef Valkeniers hamerde ook op de meer dan hartelijke betrekkingen. Schepen Jeanne Donvil las een brief voor van burgemeester Stefaan Platteau, verhinderd door gezondheidsperikelen van zijn echtgenote.

Ook de Oostenrijkse ambassadeur in België, Thomas Mayr-Harting, tapte uit hetzelfde vaatje en overhandigde Jef Valkeniers officieus maar voor meer publiek opnieuw de medaille van commandeur in de gouden orde van verdienste van Oostenrijk. Valkeniers kreeg al enkele weken geleden deze prestigieuze onderscheiding in Brussel. Niet alleen omdat hij destijds mee de verbroedering op gang hielp, maar ook omdat hij als voorzitter van de interparlementaire unie van België en Oostenrijk de angel uit de gespannen betrekkingen haalde bij het aantreden van de extreem-rechtse populist Jorg Haider.


Primeur
De bijzonder amicale sfeer kreeg muzikale ondersteuning van de fanfare van Obervellach en de vendeliers van de volksdansgroep Pajottenland uit Sint-Ulriks-Kapelle. Voor de vendeliers, pas gestart in januari, was het het eerste buitenlands optreden. Het is geen trendy tijdverdrijf, maar het blijft amuserend voor het oog, te meten aan het applaus van het publiek. De vendeliers gooiden behalve de vlag met de Vlaamse leeuw, ook twee nieuwe vlaggen met het wapenschild van de architect van het kasteel La Motte, Laurent Benoit Deweze, door het Oostenrijks luchtruim. Grappig en tegelijkertijd inventief was hun eerste nummer, met als ,,voorvrouw'' Niek Van Hemelrijck en achteraan een Kapelse vendelier Jurgen Huygh die met een minuscuul vlagje, een Rode Duivelshoedje op het hoofd en rare sprongen zijn zwaaiende collega's imiteerde.