,,De mensen komen toch niet voor Piet Snot naar de koers? Ze willen vedetten zien, renners die ze herkennen. Soms sta ik er zelf van te kijken, maar blijkbaar heb ik toch iets. Iets ondefinieerbaars, waardoor ik in de smaak val van het publiek. En ik geef toe, ik heb liever dat de mensen Boonen-Boonen roepen dan dat ze de andere kant op kijken.''

Tom Boonen wuift de vergelijking driftig weg, maar toch is het zo: dat VDB-gehalte van hem valt niet te loochenen. Vrank, open en daardoor ook kwetsbaar. ,,Ik zal nooit een masker opzetten'', houdt hij vol. ,,Wie me ziet, weet dat het Tom Boonen is. Geen toneel.''

Die populariteit, uit de grond geschoten na een memorabel debuut in Parijs-Roubaix, werd de jongste tijd gekruid met een smeuïge transferaffaire. We zouden er niet over blijven emmeren, maar het is Tom zélf die er keer op keer bij terecht komt..

,,Wat ik gedaan heb, is niet schoon. Een zwarte bladzijde uit mijn carrière, die ik nooit zal kunnen wissen. Een gegeven woord is heilig. (verontschuldigend) Het klinkt raar uit mijn mond, he? Maar je kan niet altijd de heilige uithangen. Dit milieu is mooi, maar ongenadig hard. Twee jaar, da's één vijfde van mijn carrière. Zo lang zit ik nu zeker in de perfecte omgeving.''

  • Toch blijft het duidelijk knagen?
  • ,,Ik was een naïef mannetje. Veel dingen zijn niet zoals ze gezegd worden. Van ploeg veranderen? Ik hoefde het maar te zeggen, zó gebeurd. Wist ik veel. Tot ze bij US Postal met het contract begonnen te zwaaien. (zucht diep) De jongste maanden leerde ik meer dan anderen in vijf jaar. Maar goed, ik ben weer helemaal in balans. Een gelukkig man. En dat is de basis van alles.''

    De blonde kerel uit Balen, 22 nog maar, blijft zijn gehoor zonder knipperen in de ogen kijken en komt staalhard uit voor zijn mening. On-Vlaams, wars van valse bescheidenheid.

  • Dat heet dan snel dikke nek ...
  • (een beetje bitsig) ,,Een dikke nek is iemand die praat, maar niet navenant handelt. Wat ik doe, dat is geen stoeffen , maar gewoon ambitie. Toen ik na Gent-Wevelgem aanspraak maakte op gedeeld leiderschap in Parijs-Roubaix, wist ik dat ik bij de beste vijftien renners van het moment hoorde. Dan zeg ik dat ook. Verstandig? Allicht niet. Wie zwijgt, loopt ook niet het risico om op zijn bek te gaan. Noem me dan maar een flapuit. (grinnikt) Of misschien ben ik wel te eerlijk.''