Eurocrisis is laatste stuiptrekking van een wereldorde
Freddy Van den Spiegel: 'China is de afgelopen twintig jaar zó gegroeid, dat het ons is voorbijgestreefd. De balans is langzaam verschoven.'Wouter Van Vooren Foto: © Wouter Van Vooren
Europa dekt schulden met schulden toe, de Verenigde Staten drukken geld bij. Zo speelt iedereen zijn spel en vernietigt het systeem zichzelf. Al vier jaar lang is er niets opgelost, zegt Freddy Van den Spiegel, topeconoom van BNP Paribas Fortis.



'We staan aan het eind van een tijdperk. De westerse hegemonie is voorbij. De Chinezen gaan het overnemen. Zij hebben het geld en groeipotentieel, niet wij. Hoe het nieuwe tijdperk eruit gaat zien, weet niemand nog: we zitten in een overgangsfase die misschien wel twintig jaar gaat duren. Eén ding weet ik: alles wordt anders.'

Freddy Van den Spiegel, 'huiseconoom' van de bank BNP Paribas Fortis in Brussel, ziet de eurocrisis niet als een gewone crisis. Voor hem is dit de laatste stuiptrekking van een wereldorde die al een tijdje tegen zijn uiterste houdbaarheidsdatum aan zit. Net als andere economen heeft Van den Spiegel beroepshalve de kredietcrisis, de economische crisis en nu de schuldencrisis nauwlettend gevolgd. Anders dan veel collega's maakt hij zich niet erg druk om details over leningen aan problematische eurolanden, de laatste statements van de eurogroep of de manier waarop het noodfonds in elkaar zit. Allemaal ruis, zegt hij doodbedaard. Zo zie je de grote lijnen niet.

Wat zijn die grote lijnen?

'Ik neem u mee naar de Tweede Wereldoorlog. Of liever, het eind ervan. Want het tijdperk dat nu eindigt, begon toen: toen Europa in puin lag en de Amerikaanse dollar de fakkel overnam van het Britse pond en de dominante munt ofwel reservemunt van de wereld werd. Theoretisch gesproken was de dollar gekoppeld aan goud. Die goudstandaard lieten de Amerikanen los in de jaren zeventig, toen er meer dollars dan goud circuleerden.'

'Ik ben 58. Ik ben opgegroeid in een wereld die bepaald werd door Amerika, Europa en Japan. Andere landen hadden óf niets te betekenen in machtstermen, óf zaten met planeconomieën achter het IJzeren Gordijn en wilden geen deel uitmaken van onze wereld. Alles draaide om ons en de dollar. Dat ging schuiven na de val van de Muur, toen ook landen als China zich tot de vrije markt bekeerden. Toen is de inhaalslag begonnen. De crisis die we nu meemaken, en die nog lang zal duren, is hét signaal dat het moment gekomen is om de fakkel opnieuw over te dragen.'

Waarom?

'China is de afgelopen twintig jaar zó gegroeid, zó rijk geworden, dat het ons is voorbijgestreefd. Ergens weten we dat, iedereen ziet weleens cijfers. De balans is langzaam verschoven. Eerst verhuisden we onze fabrieken naar China. Dat kostte in Europa en Amerika banen, maar wij zeiden: “We gaan ons concentreren op innovatie,, op slimme producten. We zagen dat, en onszelf, als meerderwaardig. Een tijdje ging dat goed. Er was geen inflatie meer. De rente was laag. Zo vierden wij twintig jaar feest. China bouwde in die periode gigantische dollarreserves op, en de Amerikanen gaven uit. Chinezen spaarden en overspoelden ons met leningen, met kapitaal. Zolang zij hun goedkope producten aan ons verkochten, ging alles goed. Maar we komen aan het eind van die straat. China gaat óók innoveren. We waren complementair. Dat verdwijnt.'

Worden we nu concurrenten?

'Ja. India ook. Het komt dichterbij dan we denken. Een drogisterijketen als Kruidvat is in Chinese handen. Een groeiend deel van de havens van Rotterdam en van Antwerpen is Chinees. Parfumerie Ici Paris XL: Chinees. China koopt de haven van Piraeus. Mittal kocht Arcelor en nu heeft India de Europese staalindustrie grotendeels in handen. AB InBev, de grootste bierbrouwer van de wereld en oorspronkelijk een Belgisch bedrijf, is grotendeels Braziliaans geworden. Zo raken wij geleidelijk alles kwijt, maar door de cash die we ervoor terugkrijgen, beseffen we dat te weinig. We zullen het pas merken als alles is verkocht. China, Rusland, India en Brazilië willen bovendien exporteren. Amerika importeert vooral. Dat is al jaren zo. Amerika heeft een enorm handelstekort en zit tot de nek in de schuld. Maar het blijft dollars drukken. In 2008 hadden de Verenigde Staten 8.000 miljard dollar schuld; 3.000 miljard daarvan zat in China. De Chinezen zitten op zoveel geld, die moeten dat ergens kwijt.'

Volgens de Britse econoom en FT-columnist Martin Wolf was de kredietcrisis nooit uitgebroken als China Amerika niet zoveel geld had geleend.

'Of: als de Verenigde Staten niet zoveel van China hadden geleend. Het is maar hoe je het formuleert. Wolf heeft gelijk: dat het bankwezen als eerste sneuvelde door te veel kredietverlening, kwam mede daardoor. Regeringen nationaliseerden de banken. Ofwel: ze namen de schuld van de banken over. Ze moesten wel, anders waren de banken ingestort en hadden we nu geen economie meer gehad. Maar nu sneuvelen er landen. Dat begon in Europa, en nu dreigt een kredietbeoordelaar ook de Verenigde Staten met de eerste afwaardering. Dit is pas het begin. De volgende discussie dient zich aan: kan de dollar nog wereldmunt zijn? China vindt van niet. Het IMF en de ECB zijn zeer ongerust. Dit is een virus, en de besmetting gaat steeds verder.'

Gaat het bestaande systeem met een klap tegen de muur?

'Dat probeert iedereen te voorkomen.'

Ook China?

'Zeker. Als China stopt met lenen aan de Verenigde Staten, treft het zichzelf. Als de dollar instort, is China daar met zoveel dollarreserves niet bij gebaat, natuurlijk. Ook wil het zijn afzetmarkt voor goedkope producten niet kwijtraken. China is er, net als wij, bij gebaat om het bestaande systeem overeind te houden. In Europa dekken we daarom schulden met schulden toe, waardoor we almaar kwetsbaarder worden. De Amerikanen drukken geld bij, terwijl ook zij weten dat het spel eigenlijk uit is. Maar doen we dat allemaal niet, dan is het nu metéén afgelopen. Zo speelt iedereen het spel mee tot het bittere eind. Intussen vernietigt het systeem zichzelf. Al vier jaar lang is er niets opgelost. Kijk naar de oorzaken van de crisis, de onevenwichtigheden in de wereldhandel: die zijn er allemaal nog. Die onevenwichtigheden worden steeds groter. Iedereen gaat door met hetzelfde. Ze moeten wel.'

Waar hoopt iedereen dan op? Op een wonder, zodat we toch een zachte landing krijgen?

'Dat denk ik. Mensen hopen dat de G20 (de grootste negentien economieën en de Europese Unie, red.) voor een nieuw evenwicht kan zorgen.'

Wat betekent dat voor Europa?

'De Europese integratie is gigantisch versneld door de crisis. Althans, op financieel-monetair gebied. Eerst hebben Europese landen te lang geaarzeld om in te grijpen in de schuldencrisis. Als ze het meteen voortvarend hadden aangepakt toen Griekenland onderuitging, was de schade voor Ierland en Portugal minder groot geweest. Maar nu hebben de politici begrepen dat ze dóór moeten pakken: als eurolanden uitglijden, krijgen wij een nieuwe bankencrisis. Men heeft dus geen keus dan probleemlanden geld te lenen, steeds méér te lenen. Nu hebben ze de machinerie eindelijk opgetuigd. Alles is er: noodfonds, economic governance, nieuw Stabiliteitspact.'

'Dit is verregaand. Het is bijna een staatsgreep, het oude Europa bestaat niet meer. Regeringen vinden dat niet leuk, maar ze moeten wel. De enige manier om de muntunie, de euro, overeind te houden, is rugdekking geven in de vorm van meer politieke unie. Méér samendoen, solidair zijn. Alleen, veel regeringen leggen het thuis niet uit. Ze zeggen: “Dat wil Brussel,.'

'Ze vergeten te zeggen dat ze daar zelf bij waren. Brussel, dat zijn ze zelf: de ministers, de premiers, de ambtenaren. Zo gebruiken regeringen in eigen land “Brussel, als een alibi voor iets wat ze eigenlijk niet willen. Regeringen moeten vooral nog onaangename boodschappen verkopen. Ze vertellen mensen dat ze harder moeten werken, dat pensioenen lager uitvallen, dat overal wordt bezuinigd. Zeggen dat “dit van Europa moet,, is gemakkelijker voor hen. Als ze zelf verantwoordelijkheid nemen, worden ze niet herkozen. Althans, dat vrezen ze. Zo wordt Europa steeds meer synoniem met onaangenaam nieuws. Dat verklaart deels de politieke impasse in de eurozone.'

U bedoelt Finnen die niet aan Portugal willen lenen, Duitsers die zeggen dat Griekenland uit de eurozone moet?

'Ja. Allemaal manifestaties van een grimmiger sfeer. Van protectionisme. Van eng nationalisme. Ook in mijn land. Als je bang bent of als het niet goed gaat, zoek je vijanden. Dat past in het scenario van de jaren dertig. Na de beurskrach duurde het vier jaar voor hard protectionisme intrad en de handelsoorlog begon. Hoever zijn wij vandaag? Vier jaar bijna, de crisis begon in 2007. Tot nu toe loopt het aardig parallel.'

Als Europa economisch irrelevant wordt, hoe verklaart u dan het Duitse succes?

'Dat komt door de Duitse export van hoogwaardige producten. Die producten gaan vooral naar China en andere economieën. Je kunt zeggen: China trok Duitsland uit het slop. De Duitsers hebben dit zien aankomen en hebben er goed op ingespeeld.'

Weet u echt niet hoe de nieuwe wereldorde eruitziet?

'Het is fascinerend maar waar: we verdiepen ons nauwelijks in China. Alleen als er natuurrampen zijn, zoomen we even in. Verder weten we niets. We horen iets over Confucius. We weten dat mensenrechten een andere betekenis hebben dan bij ons: het individu moet zijn plaats in de maatschappij kennen, maatschappelijk belang gaat voor individueel belang. Eén zekerheid hebben we: de wereld wordt nooit meer als vóór de crisis.'

'Dit moment is vergelijkbaar met de Franse Revolutie. Voor de revolutie besliste de koning en gehoorzaamden de burgers. De Kerk stond er tussenin. Ineens kregen de burgers de macht en raakte de koning die kwijt. De Kerk mocht zich niet meer met politiek bemoeien. Het duurde twintig jaar voordat deze drie instellingen een nieuwe balans vonden. De turbulentie duurde twintig jaar. Dat gaan wij ook krijgen. Iedereen raakt zijn anker kwijt. Alles beweegt. De Zonnekoning, dat zijn de Verenigde Staten en Europa. De opkomende economieën zijn de burgers die de Bastille bestormen.'

Wat betekent dat voor Europa?

'We moeten ons aanpassen aan een realiteit die we niet kennen. We hebben leiders nodig die ons daar doorheen kunnen loodsen. Churchills. Ik zie ze niet, u? Ik zie alleen leiders die net zo angstig zijn als het volk. Angst regeert. Wat Europa politiek moet doen, is verschrikkelijk moeilijk. China en Rusland en Brazilië willen hun gewicht in instituties als het IMF laten gelden. Het IMF werkt nog volgens het naoorlogse model, gedomineerd door het Westen. Op den duur zal voor Europa misschien één zetel overblijven, meer niet. Hier is de paradox: Europa is minder populair dan ooit, en juist nu moeten Europese landen hun nationale zetels opgeven en hun vertegenwoordiging Europees regelen. Good luck voor Merkel en Sarkozy.'

'Maar, alleen global governance kan de turbulentie in goede banen leiden. We kunnen ons met een bevolking van 800 miljoen mensen in het rijke Westen niet meer 80 procent van 's werelds rijkdommen en energie blijven toe-eigenen, terwijl de overige zes miljard mensen in de middeleeuwen blijven zitten. We moeten afspraken maken over de verdeling van grondstoffen, zuurstof en water. De enige twee bestaande fora die geschikt zijn voor dit soort onderhandelingen, zijn de G20 en het IMF.'

Kan zo'n 'wereldbestuur' wel werken?

'Het zal moeilijk zijn, maar het is de enige mogelijkheid. De tijd van westerse theekransjes is voorbij. Met kernwapens is het sinds 1945 ook gelukt afspraken te maken. Als we ons best doen, kunnen we hier ook wat van maken.'

Wordt u hier niet depressief van?

(Glimlacht vriendelijk) 'Nee, maar ik ben een optimist en optimisten zijn vaak een beetje naïef. Ik ben in de jaren zeventig bij de bank gaan werken en heb het probleem langzaam zien ontstaan. Bij Fortis was ik jarenlang verantwoordelijk voor beleggingen. Maar de toenemende agressiviteit in de financiële markten vanaf eind jaren negentig vond ik te ver gaan. Toen ben ik eruit gestapt om dit werk te gaan doen. Dat is fantastisch. Ik moet mijn eigen directeuren een spiegel voorhouden. Ik ben een soort hofnar. Die rol bevalt me wel.'