'Er bestaat geen kleine criminaliteit'

Bruno Bulthé: ''Kleine criminaliteit bestaat niet'

Hij zoekt zelden de openbaarheid, maar na de doodslag op MIVB-inspecteur Iliaz Tahiraj moest het er uit. 'Spuugzat' is Bruno Bulthé het gratuite geweld in de hoofdstad. 'Ik beleef het als een falen dat we onze dienstverleners niet kunnen beschermen. En falen, daar kan ik niet mee om.' Een portretgesprek.
Bruno Bulthé: ''Kleine criminaliteit bestaat niet'

Het is niet omdat hij publieke optredens schuwt dat hij als magistraat niet op straat komt. Integendeel. U kunt hem over de middag wel eens treffen in een volkscafé in de Marollen. Hij mag er graag zijn boterhammetjes in een kom soep soppen. En het 'afstappen', zoals hij vorig weekend deed op de plek die Iliaz Tahiraj fataal werd, is hij ook nog niet helemaal verleerd, hoewel hij al vijf jaar onderzoeksrechter af is. 'Ik heb ze altijd willen begrijpen, zowel de daders als de slachtoffers.'



Enkele jaren geleden deed hij op eigen houtje de postronde over van een man die zich na pesterijen op het werk van het leven had beroofd. Postbodes, agenten, brandweerlui, buschauffeurs, ambulanciers: ze verdienen respect, geen beschimpingen, vuistslagen of kogels. 'Ik kan daar slecht tegen', zegt hij.



In de jaren negentig bouwde Bruno Bulthé zich een reputatie op met het verontrusten van hoge ambtenaren, ministers en partijvoorzitters. En een kardinaal, want Bulthé ging in 1997 Wim De Troy al voor met een huiszoeking in Mechelen. Ook hij was op zoek naar sporen van schuldig verzuim in de zaak van een pedofiele pastoor. Hij boog zich over dossiers van partijfinanciering en miljoenenfraude. De 400.000 pagina's van het dossier-Beaulieu zijn zijn werk. Of dan toch van 'zijn' speurdersteam Cel 427. En hij nam er ook nog eens de Roze Balletten tussen.



Ja, u herkende hem al van ver: Bulthé is de boertige onderzoeksrechter Willy De Decker in de trilogie Het Goddelijke Monster van Tom Lanoye.



'Ik heb het niet gezien, ik kijk geen televisie. Maar ik boertig? Ik ben een beleefd man, meneer. Alleen als het moet, kan ik vrij ruw te werk gaan. Er werd mij ooit eens de toegang tot een voornaam bedrijf ontzegd. Ik zeg tegen het madammeke aan de balie: “Ge gaat met mij mee naar boven, naar het kantoor van uw directeur-generaal. En als meneer mij niet wil spreken, laat ik hem ophalen., Ik ben daar boven netjes blijven wachten. Ik heb dat altijd zonder veel cinema gedaan. It's part of the job.'



Pantzer Bruno



'Och, die reputatie.' Zwierig opent hij de kamerbrede wandkast in zijn kantoor en toont ons een collectie schaalmodellen van auto's en tanks. 'Die tanks kreeg ik van een collega die mij Pantzer Bruno noemde.'



Er staan ook doodsprentjes in de kast, onder meer van agente Kitty Van Nieuwenhuysen. En een kaars uit Rome met de beeltenis van paus Benedictus XVI. 'Cadeautje van een collega die de wijding bijwoonde', zegt hij zonder enige zweem van spot. Hij, de notoir vrijzinnige.



Verder: twee petjes. Eentje met insigne 'Cel 427', het ander met een Sovjetster. 'Dat laatste is een souvenir van een rogatoire commissie naar Rusland in de zaak-Beaulieu.'



Maar het trotst is hij op de foto's van zijn twee jonge kinderen. 'Af en toe komt de oudste hier langs en dan grist hij een van mijn modelautootjes mee', zegt Bulthé. Hij werd ...

Nog geen abonnee?
Abonneer voordelig om verder te lezen

Lees dS Avond, de digitale krant en Archief+.

Ja, ik neem een proefabonnement

Bekijk onze formules >
Neem een dagkaart >

Reeds abonnee?

Nog niet geregistreerd?

Registreer