SLAAGKANSEN IN HET HOGER ONDERWIJS

Gemeenschapsscholen niet slechter dan katholieke

Moet je van een katholieke school komen om uit te blinken in hogere studies? Wie maandag de krant las, zou het geloven. Volgens DIMOKRITOS KAVADIAS moet je echter al een heel manke vergelijking maken om tot die conclusie te komen.
Gemeenschapsscholen niet slechter dan katholieke
Cijfers leveren doorgaans waardevolle informatie. Maar het onzorgvuldige gebruik van statistieken kan onnodig polemiseren en doet ons levendig denken aan de woorden van de Britse staatsman Benjamin Disraeli: ‘There are three kinds of lies: lies, damned lies, and statistics.'



‘Universitaire mislukking voorspelbaar' kopt deze krant (DS 27 september) en eenmaal de aandacht getrokken, wordt de blik onmiddellijk gezogen naar de stelling dat de ‘slaagkans na officieel onderwijs veel lager ligt dan na katholiek onderwijs'. Als we het bericht en de onderzoekers van Vives mogen geloven hebben leerlingen uit het gemeenschapsonderwijs, in vergelijking met een vergelijkbare leerling uit het vrij onderwijs, tot 14,5procent minder kans om te slagen in het eerste jaar van de universiteit.



Wat ons nog meer verbaast, is de bewering dat deze verschillen overeind blijven, ongeacht het soort leerling. Temeer omdat het gehanteerde gegevensbestand, de Databank Tertiair Onderwijs van het Ministerie van Onderwijs, geen accurate informatie bevat over de sociale achtergrond van leerlingen. Onder onderwijsonderzoekers bestaat al lang consensus dat het zinloos is verschillen in leerlingprestaties in beeld te brengen zonder rekening te houden met de achtergrond van die leerlingen. Onderwijsonderzoekers gebruiken nooit zogenaamde brutoverschillen tussen scholen. Hiermee bedoelen we verschillen in leerlingprestaties zonder te weten over welke groepen het gaat. Het gebruik van dergelijke veralgemeningen is gevaarlijk om drie redenen.



Hogere sociale lagen



In de eerste plaats weten we dat prestaties sterk verschillen volgens de onderwijsvorm waarin een leerling zit. ASO-leerlingen worden doorgaans sterker voorbereid in wetenschappen en wiskunde, terwijl de opleiding van BSO- of TSO-leerlingen praktischer van aard is en minder voorbereidt op vervolgonderwijs.



Ten tweede weten we dat — historisch verklaarbaar — deze onderwijsvormen niet in dezelfde mate worden aangeboden door de verschillende onderwijsnetten. Het vrije net ...

Nog geen abonnee?
Abonneer voordelig om verder te lezen

Lees dS Avond, de digitale krant en Archief+.

Ja, ik neem een proefabonnement

Bekijk onze formules >
Neem een dagkaart >

Reeds abonnee?

Nog niet geregistreerd?

Registreer