De 57-jarige Herwig Jorissen is al jaren een van de zwaargewichten in de socialistische vakbond. En tegelijk een van de meest omstreden vakbondsleiders van het land.

Sinds 1986 deelt Jorissen de lakens uit aan de top van ABVV-Metaal, eerst als nationaal secretaris, en van 2001 tot 2006 als nationaal voorzitter. Begin 2006 kwam het tot een pijnlijke scheiding met de Waalse metallo's en sindsdien leidt hij de 'autonome' Vlaamse metaalvakbond in het ABVV.

Jorissen is afkomstig uit Tongeren. Als jongeman koos hij resoluut voor de actie, bijvoorbeeld door zijn legerdienst te doen als paracommando. Minder fraai was zijn (korte) lidmaatschap van de extreemrechtse VMO, de Vlaamse Militantenorde. 'Een jeugdzonde', zo omschrijft hij nu die tijd. 'Toen kende ik nog niets van de wereld.'

Na zijn technische metaalopleiding ging de toen negentien jarige Jorissen eerst als arbeider aan de slag bij FN in Herstal en ALZ in Genk, vooraleer hij in 1986 naar de vakbond overstapte.

Voor veel bedrijfsleiders (en politici) is hij het typevoorbeeld van de hardlinerdie liever op straat actie voert dan aan de overlegtafel compromissen te sluiten. Hijzelf doet weinig om dat beeld te ontkrachten. Integendeel, hij cultiveert zijn imago van enfant terrible dat de waarheid durft te zeggen aan politici, werkgevers en andere vakbondleiders.

Maar dat beeld klopt niet helemaal. Jorissen staat inderdaad graag vooraan als er betogingen zijn, zoals tegen het Generatiepact. Maar tegelijk kent hij zijn weg in de machtscenakels van de Wetstraat -met dank aan de kameraden in de SP.A- en is hij een gewiekste en succesvolle onderhandelaar, zowel in het loonoverleg met Agoria als bij bedrijfsherstructureringen. 'Tegenstanders' als Karel Vinck, destijds de topmanager van Union Minière, hebben dat al toegegeven.