Een moeder en een zoon getuigen over Lebensborn

Hitlers kindercrèche in de Ardennen

Lebensborn moest het arische bevolkingscijfer opdrijven. Daarvoor werd ook in het Waalse Wégimont een kraamkliniek voor raszuivere kinderen ingericht. 'Mijn moeder heeft me daar net op tijd weggehaald.'
Hitlers kindercrèche in de Ardennen
Verpleegsters met raszuivere baby's in een 'kraamkamer voor de Führer' in Bad Wiessee. Onder de paraplu van Lebensborn wilde Himmler zoveel mogelijk 'raszuivere' kinderen kweken door arische vrouwen te laten bevruchten door Duitsers. ap © WILLIAM C. ALLEN
Op een boogscheut van Luik, waar de agglomeratie overvloeit in de groene Ardennen, ligt het mooie kasteel van Wégimont. Een trouwpaartje laat zich voor de poort fotograferen, schoolkinderen doen een zoektocht in het park, hun onderwijzers genieten op een bank van de zon. Op de eerste herfstdag lijkt het nog een beetje vakantie in het domein.



Tijdens de bezettingsjaren weerklonk hier ook het gejoel van kleine kinderen. Jonge moeders en verzorgsters in smetteloos wit wandelden met kinderwagens langs de vijver en onder de eikenbomen. Maar het was geen Frans dat de vrouwen toen praatten. Duits was de voertaal, en aan de poort van het kasteel hielden SS-soldaten de wacht. Alleen buurtbewoners die er werkten, hadden nog toegang tot het kasteel. In het dorp gonsde het van de geruchten. Op 4 april 1944 schrijft de dorpspastoor in zijn dagboek: 'De internationale kraamkliniek is in volle bedrijf. Het is de georganiseerde zedeloosheid.'



Het naziregime had in november 1942 in het kasteel van Wégimont een zogenaamde Lebensborn ondergebracht, een kraamkliniek voor de kinderen die SS'ers en Wehrmachtsoldaten hadden verwekt bij Belgische moeders. Het was de Duitse soldaten, op enkele uitzonderingen na, verboden te trouwen met lokale vrouwen. Maar tegelijk mocht geen enkel raszuiver kind voor het arische volk verloren gaan. In Wégimont konden de ongehuwde zwangere vrouwen in alle discretie, en omringd met de beste zorgen, het Herrenvolk verrijken.



Sommige van die vrouwen collaboreerden met de nazi's. Enkelen waren van lichte zeden, voor nog anderen was een Duits lief een uitweg uit de armoede. Maar veel van de vrouwen in Wégimont waren ook simpelweg verliefd geworden op een soldaat.



Verboden liefde



Tweehonderd kilometer ten oosten van Wégimont, op de militaire luchthaven van het Oost-Vlaamse Ursel, was de Wehrmachtsoldaat Johann E. gelegerd. Niet ver daarvandaan, in Maldegem, lag de boerderij van de ouders van Clémence F. Toen Clémence op een dag in 1942 naar haar nichtje fietste, werd ze op de grote baan door de mooie soldaat aangesproken. Bijna zeventig jaar later kon Clémence het gesprek nog bijna letterlijk overdoen (zie kader) . ' “Awel, meedche, wo feerst doe hien?, vroeg die soldaat. Ik verstond geen woord Duits, maar ik wees naar ginder en hij was natuurlijk zo slim te zeggen dat hij dezelfde richting uit moest.'



Clémence en Johann fietsten samen verder, ze wisselden adressen uit, begonnen te corresponderen en na een tijd ook af te spreken. 'We waren heel jong', vertelt Clémence. 'Hij zat bij de Luftwaffe en kwam uit Oostenrijk. Ik had daar nog nooit van gehoord. Wat wisten wij van de wereld, op achttien jaar? Zelf heeft hij me nooit over de oorlog gesproken. Behalve die ene keer, toen hij zei dat de Duitsers zijn land hadden geannexeerd en helemaal hadden leeggehaald.'



Voor het verliefde stel in Maldegem was de oorlog ver weg. Maar Clémences ouders hadden gemengde gevoelens bij de relatie ...

Nog geen abonnee?
Abonneer voordelig om verder te lezen

Lees dS Avond, de digitale krant en Archief+.

Ja, ik neem een proefabonnement

Bekijk onze formules >
Neem een dagkaart >

Reeds abonnee?

Nog niet geregistreerd?

Registreer