Clauwaert hertekent vakbondsgrenzen
Alain Clauwaert: ,,Het moet gedaan zijn met als ruziënde kinderen over straat te rollen. We moeten als een blok naar buiten komen.'' Foto: © mh
BLANKENBERGE - De huidige indeling van het ABVV, met zeven beroepscentrales, is achterhaald. De vakbondsgrenzen moeten grondig hertekend worden, de vakbondswerking moet moderner, het financieel beheer transparanter. Dat is de droom van Alain Clauwaert, sinds gisteren voorzitter van de Algemene Centrale, de grootste en machtigste beroepscentrale in de socialistische vakbond.

ALAIN Clauwaert werd gisteren in de Floréal Club in Blankenberge verkozen tot voorzitter van de Algemene Centrale (AC), bij de start van een driedaags statutair congres. Met 300.000 leden, 10.000 militanten en 400 personeelsleden is de AC van Clauwaert zonder concurrentie de sterkste groep binnen het ABVV.

De 800 congresleden debatteren over vier inhoudelijke thema's, plus over de eigen vakbondswerking en -organisatie. De nadruk ligt op aangepast sociaal overleg in de moderne, geglobaliseerde economie. ,,Enerzijds is er nood aan meer internationaal vakbondsoverleg'', zegt Alain Clauwaert, ,,bijvoorbeeld om zwaarder te kunnen wegen op de Europese ondernemingsraden bij multinationals.''

,,Tegelijk moeten we lokaal het netwerksyndicalisme uitbouwen. Vakbondswerk over de grenzen van bedrijven, sectoren en beroepen heen. Onze afgevaardigden in grote bedrijven krijgen steeds meer te maken met personeel van onderaannemers: veiligheidsagenten of schoonmaaksters. Die mogen niet aan hun lot worden overgelaten. Ook uitzendkrachten en tijdelijke werknemers hebben recht op een volwaardige vakbondsverdediging. Onze congrestitel vat het mooi samen: délégué zonder grenzen''. Dat netwerksyndicalisme vergt aanpassingen aan de vakbondswerking en -structuren, geeft Clauwaert toe. Hij roept zijn collega's in de andere ABVV-centrales op om daarover na te denken en te handelen ,,voor we achter de realiteit aanhollen''. Binnen de Algemene Centrale wil hij zelf een nieuwe wind doen waaien.

De 21 regionale afdelingen van de AC behouden hun politiek-syndicale autonomie, en blijven ook financieel (inning ledenbijdragen) onafhankelijk. Maar de controle op hun werking wordt strakker. Al tien jaar doet AC-nationaal een jaarlijkse audit van de financies in de afdelingen. Maar de fraudezaak bij de Brusselse bediendenbond BBTK heeft volgens Clauwaert aangetoond dat een extra juridische greep nodig is. ,,Totnogtoe was het niet vanzelfsprekend om de regionale eindverantwoordelijke aan te pakken, als die in de fout was gegaan. We gaan die regionale secretarissen evenwel rechtstreeks op de loonlijst van AC-nationaal inschrijven. Bij malversaties of wanbeheer kunnen we dan zelf het arbeidscontract opzeggen. Dat vergt een wijziging van de statuten. Hier is maanden van interne discussie aan voorafgegaan. Het lag heel gevoelig. Maar nu staan we op één lijn. We doen dit niet omdat we financiële problemen verwachten. Maar we nemen onze voorzorgen.''

Clauwaert noemt het een organisatiemodel dat ,,bruikbaar is voor andere beroepscentrales of gewesten in het ABVV''.

Voorts komt er een Charter van de Délégué, met tien engagementen, een gedragscode zeg maar voor het optreden van de afgevaardigden binnen hun bedrijf en in de vakbond. Het charter bevat een strikt verbod op racistisch gedrag. De nieuwe vakbondsleider wil voorts, meer dan zijn voorganger Maurice Corbisier, het gezicht zijn van de AC, en haar stem luider laten weerklinken in de buitenwereld. ,,We gaan ons beter verkopen. Dat zou het ABVV ook moeten doen.''

Alain Clauwaert, de zoon van een Oostendse visser en ABVV-militant, is goed op weg om in de voetsporen te treden van Michel Nollet. Die was als AC-voorzitter jarenlang de facto de sterke man in het ABVV, vooraleer hij in 1995 ook effectief vakbondsvoorzitter werd. Alain Clauwaert is volgens alle betrokkenen de meest 'presidentiabele' van alle socialistische vakbondsleiders. Hij figureert bovenaan op alle lijstjes om in 2006 de huidige ad interim-voorzitter André Mordant op te volgen aan het hoofd van de socialistische vakbond. Alsof het in de sterren geschreven staat.

Zelf zegt hij over 2006: ,,Mijn ambitie is voorzitter van de AC te zijn en dat goed te doen. Alle uitdagingen die ik mezelf heb gesteld, zijn niet in twee jaar te verwezenlijken. Mijn vertrek in 2006 is dus niet geprogrammeerd. Maar ik weet wel, zeg nooit nooit.'' (glimlacht). Hij wil weinig kwijt over de bittere opvolgingsstrijd aan de top van het ABVV in de afgelopen maanden, na het vertrek van Mia De Vits, waarbij de Vlaamse vakbondsleiders met getrokken messen tegenover elkaar stonden. Behalve dat ,,het gedaan moet zijn om als ruziënde kinderen over straat te rollen. In de AC zijn we het, achter de schermen, ook niet altijd onmiddellijk met elkaar eens. Maar als een standpunt wordt ingenomen, wordt dat door iedereen gedragen. We komen altijd als een blok naar buiten. Dat moet de norm worden voor het hele ABVV''.

In afwachting legt Clauwaert een pak vernieuwingsplannen op tafel. Hij pleit voor een herindeling en schaalvergroting. ,,De huidige indeling met zeven beroepscentrales is achterhaald. Economie en arbeidsmarkt vallen uiteen in drie grote blokken: industrie, diensten en socio-profit. We moeten op weg naar één centrale per blok, ongeacht het statuut van de werknemers. Arbeiders, bedienden en ambtenaren kunnen, in hun sector, perfect vanuit een centrale verdedigd worden.''

De Algemene Centrale doet zelf stappen in de richting van dergelijk sectorsyndicalisme, door een uitwisseling van leden-arbeiders met de voedingscentrale. Dat moet een coherentere belangenverdediging mogelijk maken van de arbeiders uit de socioprofit-sectoren en uit de land- en tuinbouw. Gelijkaardige gesprekken over een herverkaveling met de bediendenbond BBTK zijn begonnen.

In dit scenario gaat de AC de kleine arbeiderscentrales, zoals de textielcentrale, opslorpen. ,,Het debat is niet gemakkelijk, maar wel onvermijdbaar'', zegt Clauwaert. En tegelijk relativeert hij: ,,Iedereen is in de eerste plaats lid van het ABVV. Dat is onze familienaam. De centrale is de voornaam, meer niet.''