REEKS. Veertig jaar Marokkaanse arbeidsmigratie (2). Arbeiders, soldaten en avonturiers
Eric de Mildt



De ,,gastarbeiders'' waren niet de eerste Marokkanen die naar België kwamen. Al in de jaren '20 woonde een kleine kolonie Marokkaanse avonturiers in Wallonië, en in de oorlog verdedigden Marokkaanse soldaten ons land tegen de Duitsers.

OF hij de allereerste Marokkaan was die in de Belgische samenleving werd opgenomen, weten we niet. Feit is wel dat Mohand Ben Hamou in 1924 op zeventienjarige leeftijd naar Flémalle kwam en zich daar vestigde. Hij huwde een Belgische en verwierf in 1936 de Belgische nationaliteit. Tegen die tijd woonde er al een honderdtal Marokkanen in Flémalle.

De geschiedenis van Ben Hamou wordt aangehaald op de website van de vzw Emim, die deze week de veertigjarige verjaardag herdenkt van de bilaterale conventie tussen Marokko en België, waarin de komst van de Marokkaanse ,,gastarbeiders'' geregeld werd. Emim-voorzitter Hassan Bousetta omschrijft Ben Hamou en zijn tijdgenoten als de pioniers van de Marokkaanse migratie naar België. De periode vóór 1964 beschouwt hij als de eerste van vier opeenvolgende migratiefasen met elk een eigen karakter. De vroege migratie was vooral een uitloper van de Frans-Marokkaanse koloniale banden. Marokkanen die naar Frankrijk kwamen, staken al eens de grens over naar Wallonië. Ook in die tijd sloten België en Marokko al een bilateraal akkoord af, over vergoedingen in verband met werkongevallen. Het akkoord dateert van 1930. Tijdens de oorlog vertrokken veel Marokkaanse migranten weer naar hun vaderland. Zij maakten plaats voor Marokkaanse soldaten die werden ingezet om te pogen de Duitse opmars in ons land tegen te houden. De meesten sneuvelden in de strijd. Het Marokkaanse soldatenkerkhof in Gembloers is er de stille getuige van.

De tweede fase is die van de grootschalige immigratie van industriële arbeidskrachten. Die begon niet met het afsluiten van het contract waarvan nu het veertigjarig bestaan herdacht wordt, maar was in werkelijkheid al eerder op gang gekomen, zij het op een ongecontroleerde manier. De immigratie werd volop aangemoedigd omdat de eigen beroepsbevolking niet voldoende arbeidskrachten kon leveren om de snelle economische groei bij te benen. Werkloosheid was er nauwelijks.

België deed op dat moment trouwens al decennialang een beroep op buitenlandse werknemers (,,gastarbeiders'') om de minder aangename werkzaamheden in de mijnen en de staalindustrie uit te voeren. De eerste bilaterale conventie voor de instroom van buitenlandse arbeidskrachten werd al in 1946 afgesloten, en had betrekking op de komst van vijftigduizend Italianen naar ons land. Maar de Italiaanse immigratie nam snel af na de mijnramp in Marcinelle, die aan 136 Italianen het leven kostte en in heel Europa veel aandacht kreeg. Aanvankelijk deed België een beroep op Spaanse en Griekse immigranten, later ook op Marokkanen en Turken.

Tussen 1960 en 1973 kwamen tienduizenden Marokkanen naar België. Waren er in 1960 461 Marokkanen geregistreerd in België, in 1974 was hun aantal aangegroeid tot 40.000. Slechts een minderheid kwam volgens de procedures die in de bilaterale conventie waren vastgelegd, de meesten trokken op de bonnefooi noordwaarts. Er was immers werk genoeg.

Daar kwam verandering in na de eerste oliecrisis. De economie stokte, de werkloosheid liep op. In 1974 werd de Belgische politiek van arbeidsimmigratie verlaten. In de daaropvolgende jaren werd het immigratiepatroon bepaald door de gezinshereniging. Het gevolg was dat de Marokkaanse bevolking vervrouwelijkte en verjongde. In die periode steeg het aantal Marokkanen in België naar een historisch hoogtepunt van 145.600 personen in 1991. De vierde fase, die rond die tijd begon, werd volgens Bousetta gekenmerkt door de verwerving door steeds meer Marokkanen van de Belgische nationaliteit. Het aantal jaarlijkse naturalisaties van Marokkanen steeg van 9.146 in 1995 naar 21.917 in 2000. In dat jaar nam het aantal naturalisaties spectaculair toe als gevolg van de snel-Belg-wet. Uiteraard nam het aantal Marokkanen in België even snel af. In december 2000 waren het er nog 107.000. Inclusief de genaturaliseerden wordt de Marokkaanse bevolkingsgroep momenteel op ongeveer 200.000 geraamd.

De groep werd de afgelopen jaren ook een belangrijke politieke factor. Aanvankelijk kwam de politieke besluitvorming vooral boven hun hoofden tot stand, maar al snel werden de Marokkanen ook zelf politiek actief. Met Anissa Temsamani kende ons land vorig jaar voor het eerst een regeringslid van Marokkaanse afkomst.

Dit is de tweede aflevering in een reeks van drie dossiers over veertig jaar Marokkaanse arbeidsmigratie. Morgen: Marokkanen op de arbeidsmarkt.