Vandaag is het precies veertig jaar geleden dat de Marokkaanse arbeidsmigratie naar ons land in een officieel akkoord werd bezegeld. Die gebeurtenis wordt door de Marokkaanse gemeenschap uitgebreid herdacht.

GEEN letter stond er op 18 februari 1964 in De Standaard over de daags tevoren ondertekende bilaterale conventie die de immigratie van Marokkaanse arbeiders regelde. Ook de Franstalige pers had het historische moment trouwens niet opgemerkt, op enkele regels in L'Echo de la Bourse na. Op dat moment was de toestroom van enkele duizenden Marokkaanse werknemers blijkbaar niet meer dan een fait-divers.

Veertig jaar later kan het contrast nauwelijks groter zijn. De ondertekening werd gisteren herdacht met een grootse viering in het Paleis voor Schone Kunsten (Bozar). Immigranten van de eerste generatie haalden er herinneringen op aan hun ervaringen, er werd muziek gemaakt en een film vertoond die focust op veertig jaar Marokkaanse immigratie in België. Politieke prominenten ontbraken niet. De viering is bedoeld als startschot voor tachtig dagen van activiteiten.

Dat de herdenking van het akkoord nu zoveel meer aandacht krijgt dan de eigenlijke gebeurtenis zelf, is te danken aan de vzw ,,Erkenning van 40 jaar Migratie en Inburgering van Marokkanen'' (Emim). ,,Het akkoord van februari 1964 luidde voor de Marokkanen een donkere periode in van hard labeur in gevaarlijke en moeilijke omstandigheden'', schrijft Emim-voorzitter Hassan Bousetta op de website. ,,In die context kan het vreemd lijken dat de afstammelingen van die arbeiders de verjaardag van het akkoord willen herdenken. De tegenstelling is echter maar schijn. Want als de geschiedenis dient als les van het verleden, is het proces van de opbouw van de herinnering gericht naar de toekomst''. De herdenking dient volgens Bousetta vooral als een erkenning van de eigen Marokkaanse identiteit.

Zo symbolisch als de ondertekening is geworden, zo weinig belang leek ze destijds te hebben. In feite kwam de bilaterale conventie veel te laat en was het een gemiste kans om de Marokkaanse immigratie in te bedden in de Belgische samenleving van destijds, zo blijkt uit een studie van het Centre de Recherche et d'Information Socio-Politique (CRISP). Op 17 februari 1964 was de immigratie van Marokkanen naar België al in volle gang. De koolmijnenwerkgeversorganisatie Fédéchar had zelfs al een kantoor in Casablanca geopend om de recrutering ter hand te nemen. De conventie moest vooral een reglementair kader scheppen voor de bestaande migratiestromen.

De behoefte aan werknemers voor de mijnen was immers zo groot, dat met de wettelijke voorschriften inzake de immigratie bewust de hand gelicht werd. Veel arbeiders kwamen met een toeristenvisum naar hier en werden later geregulariseerd. Tussen 1945 en 1970 zijn er vier dergelijke regularisatiegolven geweest.

De ondertekening van het akkoord door de Belgische minister van Arbeid Léon Servais en zijn Marokkaanse ambtgenoot Th. Ouezzani was op zichzelf geen wereldschokkende gebeurtenis. De tekst van het akkoord had eerder al gediend voor gelijkaardige conventies met Italië, Spanje en Griekenland en werd slechts licht aangepast. Belangrijke punten die erin geregeld werden, waren de gelijke behandeling tussen de Marokkaanse werknemers en hun Belgische collega's, de gezinshereniging en de overdracht van gelden naar het moederland. Anders dan vaak gedacht wordt, was de gezinshereniging dus wel degelijk vanaf het begin voorzien door de Belgische overheid. De motivatie was toen al demografisch: het zogenaamde rapport-Sauvy had er begin jaren '60 al op gewezen dat een veroudering van de bevolking dreigde. Vooral in Wallonië leek dat gevaar acuut. Daarom bepaalde artikel 13 van de conventie dat ,,de Marokkaanse arbeiders de mogelijkheid hebben om hun gezin over te laten komen vanaf het moment dat ze drie maanden gewerkt hebben en op voorwaarde dat ze over geschikte woonruimte beschikken''. Voor de repatriëring van het verdiende geld werd de Generale Bank ingeschakeld, die via een akkoord met een Marokkaanse bank het verzenden van geld vereenvoudigde. Het akkoord bepaalde verder dat de migranten niet ouder mochten zijn dan 35 jaar (behalve de goed opgeleiden, die maximaal 40 jaar oud mochten zijn), dat ze over een goede gezondheid moesten beschikken en geen zware strafrechterlijke veroordeling mochten hebben opgelopen. Opvallend is dat het akkoord niets vermeldt over sociaal-culturele aspecten zoals taal of godsdienst. ,,De Marokkaanse arbeider wordt in de conventie voorgesteld als een werkkracht zonder taal, zonder religie, zonder traditie. Zijn gezin en echtgenote lijken slechts te dienen om hem aan het Belgische grondgebied te hechten en zo een te groot personeelsverloop in de mijnen te voorkomen'', schrijft CRISP-onderzoekster Anne Frennet-De Keyser.

Het akkoord heeft uiteindelijk de werving van Marokkaanse arbeiders ook nauwelijks bevorderd. De procedures bleken erg arbeidsintensief, waardoor de niet-officiële wervingskanalen populair bleven. In april 1964, twee maanden na de ondertekening, emigreerden nauwelijks dertig Marokkanen langs de officiële weg. Later werd met de hulp van Marokkaanse autoriteiten wel actief geworven in de armere regio's van Marokko, met behulp van affiches en brochures waarin onder meer de weldaden van de Belgische sociale zekerheid werden uiteengezet.

Al in 1965 werd de officiële recrutering alweer opgeschort, omdat de autoriteiten eerst wilden bestuderen hoeveel werknemers de mijnen eigenlijk nodig hadden. Niet veel, zo blijkt twee jaar later. Door de sluiting van enkele koolmijnen kwamen zevenduizend kompels op straat te staan. In december 1967 werd het Marokkaanse aanwervingsbureau van Fédéchar gesloten.

In 1973 zorgde het bestaan van de bilaterale conventie nog voor enige ophef toen minister van Justitie Vanderpoorten illegale Marokkanen wilde uitwijzen en op zoek ging naar de officiële tekst van het akkoord. Toen pas bleek dat de conventie nooit in het Staatsblad was gepubliceerd, in tegenstelling tot een aanhangsel ervan uit 1968 over de sociale zekerheid. Uiteindelijk zou het oorspronkelijke akkoord van 17 februari 1964 pas op 17 juni 1977 in het Staatsblad verschijnen.

www.emim.be

Dit is de eerste aflevering in een reeks van drie dossiers over de Marokkaanse immigratie in België. Morgen: verleden en toekomt van de arbeidsmigratie.

Bladzijde 9:opinie: